Mark Lotz & Shango’s Dance

Cuban Fishes Make Good Dishes
LopLop LC 13310

Mark Lotz heeft veel met Cubaanse muziek en met vissen. Zou dat komen doordat hij als fluitist zijn lippen moet tuiten als een vis? Welke geluiden kunnen vissen voortbrengen met hun lippen? Cubaanse vissen houden van zingen. Elf vocalisten vermeldt de bezettingslijst. Bij Cubaanse muziek krijg je ook te maken met het pantheon, de orisha’s van de santería. Die goden zijn uitermate levendig, bewegelijk en spraakzaam. Men praat met de orisha’s door de muziek en zonder de orisha’s te kennen, kun je op Cuba geen muziek maken. Met een groot ensemble musici uit Nederland (waarbij Zuco 103’s voormannen Schmid en Kruger) en Cuba, Shango’s Dance, duikt Lotz opnieuw in die muzikale godenwereld (Shango’s moeder Yemayá is de moeder van de vissen en de koningin van de zee). Lotz houdt zich op het eerste gehoor met veel traditionals heel dicht bij de traditie, maar al snel blijkt dat hij de Cubaanse muziek zorgvuldig en goed gedoseerd voorziet van injecties uit Indiase muziek, reggae, samba en zelfs wals. De bansuri, de Indiase bamboefluit, en de moderne dwarsfluiten houden steeds de zang als referentiepunt, schaduwen de zanglijnen of breiden ze uit. Fraaie voorbeelden zijn In Praise King Nimunze en Ochún. Daar klinkt de in de Cubaanse traditional verweven melodie uit Ruanda (gezongen door Estrella Acosta) bijna Chinees. Andere mooie voorbeelden zijn The Hunter Ochosi, Sweet Ochún en Raga Colombiana. Ook Yewa’s Call en Hueso Groove vlijen zich in het gehoor. De koperpartijen – me Maarten Ornstein op sax – zijn heel stemmig. Naast alle heleboel bewogen delen zijn er steeds weer verstild meditatieve momenten. Het kan even duren voor de mooie momenten zich openbaren.

Henning Bolte