Bowie in Berlijn

2 juni 2014

Berlijn is een mythische metropool als het op rock ’n’ roll aankomt. Zeker in de jaren zeventig toen de gedeelde stad gold als een warzone tussen Oost en West sprak die plaats tot de verbeelding van creatieve geesten. Berlijn belichaamde de grens tussen de heerschappij van de waar en de dictatuur van het proletariaat. In deze onbestemde, grimmige enclave vond David Bowie zijn persoonlijke bevrijding. Hij nam er gedurende de tweede helft van de jaren zeventig drie van zijn beste albums op, die weer andere popgrootheden als Nick Cave en U2 in zijn voetsporen deden treden.

Inmiddels is er van een warzone geen sprake meer. Berlijn is een grotendeels opgepoetst openluchtmuseum waar nostalgie en hoogmoed in architectuur en cultureel aanbod met elkaar wedijveren. In de prestigieuze Martin-Gropius-Bau is nog tot en met 10 augustus David Bowie te zien, een chique expositie op de weerbarstige grens van Wahrheit und Dichtung. Een tentoonstelling ook die toont hoe ongenadig hard het tijdperk David Bowie voorbij is. Een tentoonstelling als de dood zelf, maar dan zonder de vervelende bijkomstigheid van het sterven.

Een lange rij voor de Martin-Gropius-Bau, waar onder meer ook de expositie Evidence van de Chinese kunstenaar en politiek activist Ai Weiwei te zien is, bewijst dat Bowie aan populariteit niet heeft ingeboet, ook niet na zijn matige comeback The Next Day van afgelopen jaar. Driehonderd mensen per keer kunnen naar binnen. Eerder was de multimediale tentoonstelling over het leven en werk van David Bowie een succes in het Victoria & Albert Museum in Londen, na Berlijn volgt Chicago en dan is vanaf december 2015 het Groninger Museum aan de beurt.

David Bowie is een artiest die de grenzen tussen muziek, theater en kunst opzoekt en zich beweegt op het snijvlak van verbeelding en realiteit. Ongrijpbaar. Een eenmanskosmos. Major Tom, Ziggy Stardust, Aladdin Sane en The Thin White Duke zijn als fictieve figuren ontsproten uit zijn brein. In de expositie loopt de bezoeker letterlijk in zijn belevingswereld. Op de koptelefoon onthult Bowie uit inspiratiebronnen. Er klinkt muziek, er zijn extravagante uitdossingen te zien naast boeken, teksten, videoclips en filmfragmenten. Het is een zap-tentoonstelling: geen verdieping, wel veel Unterhaltung.

Ronduit interessant is Bowie’s uitleg over zijn associatieve tekstschrijverij. Vanaf de jaren negentig maakt hij gebruik van het computerprogramma Verbasizer, dat zinnen in willekeurige kolommen verdeelt waardoor er een caleidoscoop aan betekenissen opdoemt die hem op bepaalde ideeën brengt. Ook ziet de bezoeker Bowie aan het werk in de studio. En er hangt het schilderij Roquairol van de Duitse expressionist Erich Heckel, dat van grote invloed is op Bowie’s zijn eigen schilderkunst, waarvan een paar verdienstelijke werken worden getoond.

In de tentoonstelling vertelt Bowie dat hij zich na het succes van het kwalitatief matige Diamond Dogs uit 1974 overgaf aan een liederlijk bestaan in Los Angeles, wat hem niet verhinderde geheel doorgesnoven met Young Americans en Station To Station twee voortrefffelijke albums te maken. Hij kwam berooid naar West-Berlijn in de hoop zichzelf terug te vinden. Zijn korte Berlijnse periode in de belegerde stad leverde een meesterlijke trilogie op: Low, ‘Heroes’ en Lodger. De Berliner Luft deed hem kennelijk goed. Zijn grootste inspiratiebron vormt echter de tijd met een hoofdrol voor vooruitgang. Bowie is a dedicated follower of fashion die zijn alter ego’s minutieus uitwerkt. Die rijke verbeeldingskracht en de geest van zijn tijd wordt overtuigend getoond.

Een kleurrijk leven en een legendarische carrière leveren niet automatisch een goede tentoonstelling op. Daarvoor is het geheel te fragmentarisch en teveel lijkend op een onbedoeld in memoriam. We zien geen mid-career expositie, maar beelden uit een voorbij tijdsgewricht. Een terugblik op gloriedagen. Dat stemt na afloop eerder mistroostig dan euforisch. Het enige waar de expositie echt in slaagt is de spannende aantrekkingskracht van Bowie’s mysterieuze bestaan te ontrafelen. Hij wordt een ‘gewone mens’ en dat is het ergste wat een genie kan overkomen. De mythe heeft aan zijn kunst immers genoeg.

De expositie David Bowie is tot 10 augustus te beleven in Martin-Gropius-Bau te Berlijn. Zie voor nadere informatie de speciale website.