Een groot hier en een lang nu

27 augustus 2016

Het vervoeren van de luisteraar naar een andere wereld is een gave waarmee alleen sommige muzikanten gezegend zijn. Zij hebben geen woorden nodig om allerlei beelden en gevoelens op te roepen. De muziek die dit bewerkstelligt wordt de ene keer ambient of soundscape genoemd en dan weer trance, groove of spacepostrock. Jozef Dumoulin is zo’n geluidsschilder die zijn gehoor weet te transfereren. Het palet van de Belg reikt van rock tot jazz en van elektronische tot traditionele muziek.

In de pers wordt hij alom bejubeld als Fender Rhodes-specialist. “Ik ben maar pianist hoor”, heeft Dumoulin nochtans lang geroepen, totdat hij zich niet langer tegen het imago verzette en besloot het instrument ‘dan maar’ helemaal te leren kennen. Drie jaar geleden maakte hij in zijn thuisstudio A Fender Rhodes Solo, dat geldt als het eerste soloalbum in de geschiedenis van de elektrische piano. Daarbij legde hij zichzelf de beperking op alles te improviseren, die improvisaties niet al te zeer uit te rekken en overdubs te vermijden. Op het gebied van effecten gaf hij zichzelf daarentegen alle vrijheid, waardoor de nummers zich niet alleen onderscheiden qua virtuoze frases. Hij weet een intrigerend sonisch universum te scheppen.

Het virtuoze spel van Dumoulin staat allesbehalve centraal op What Lies In The Sea, het eind vorig jaar verschenen album van Lilly Joel, zoals de naam luidt van zijn samenwerkingverband met vocaliste en klankkunstenares Lynn Cassiers. Als duo is het hun debuut, maar de twee musiceren al jaren zij aan zij. “Lynn was zestien of zeventien toen ik haar pianoles gaf. Jaren later hoorde ik dat ze bezig was met zangeffecten. Ik nodigde haar uit mee te doen met mijn neo-jazzband Lidlboj. We hadden meteen een muzikale klik. Door samen alle beslissingen voor Lilly Joel te maken, heeft het ons op een plek gebracht waar geen van ons alleen had kunnen komen.”

What Lies In The Sea brengt je naar een onbekende locatie, zo ervaren tal van luisteraars. In recensies komen termen als ruimte, soundscapes en nieuwe werelden vaak terug en worden ze gekoppeld aan het begrip ambient. Niet voor niets geldt Dumoulin als de Belgische Brian Eno, de aartsvader van het genre. Maar klopt die vergelijking wel? Voor Eno gaat het bij musiceren en produceren vooral om het creëren van een mooiere werkelijkheid, vertelt hij in de documentaire Another Green World. Hij biedt luisteraars via klank een uitvlucht naar fantasie. Wie die visie wil toetsen aan What Lies In The Sea vraagt zich hoe werkelijkheid zich verhoudt tot fantasie, hoe de productie bijdraagt aan het scheppen van een ruimte, en waar de componist zich bevindt bij het luisteren van zijn album.

Strategie

Jozef Dumoulin ontvangt in zijn appartement in Parijs. “Inmiddels woon ik hier al tien jaar. Ik wilde een nieuwe stad ontdekken. In Parijs was ik een aantal keer geweest en ik voelde me er goed. Bovendien kan ik voor projecten makkelijk op en neer reizen naar België.” In de kleine, sfeervol ingerichte woning staat in de keuken zijn Fender Rhodes, in de woonkamer een akoestische piano plus talloze cd’s. “Een cd lijkt tegenwoordig een veredelde demo. Bands nemen op om te laten horen wat ze live doen. Dat is absurd. Tijdens een concert geef je je voor een bepaalde tijd over aan dat wat de muzikant wil spelen. Dat kan enkel noise zijn, wat ik dan weer minder interessant vind om naar te luisteren wanneer ik thuis ben. Een cd zie ik meer als een luisterobject, iets waar je meerdere keren naar luistert in je eigen intimiteit.”

Wanneer Dumoulin zijn muziek produceert, neemt hij ook de positie van luisteraar in. “Voor What Lies In The Sea hebben Lynn en ik gedurende twee studiodagen met behulp van Kaoss Pads en verschillende loop stations diverse improvisaties van een aantal uur opgenomen. Vervolgens heb ik het materiaal keer op keer geluisterd en mp3s gemaakt van stukken die zich leenden voor een album.” Improvisatie is ook bij Brian Eno een belangrijk element, maar hij blijft balanceren tussen ‘improvisation and collaboration’. Nog een overeenkomst is misleiding en bedrog. In de documentaire Imaginary Landscapes uit 1989 vertelt Eno: “When you hear two instruments do the same, you get a sense of conspiracy. They must have talked about it. I like deceit being involved to it.” Bij Lilly Joel is het echter geen doel om bedrog op te wekken. Bij hen is het een gevolg van de werkwijze.

Op de plank boven de piano ligt een zwart doosje met zilveren letters. Het zijn de Oblique Strategy Cards die Brian Eno maakte met kunstenaar Peter Schmidt. Een verzameling kaarten met zinnen of vragen om het productie-, opname- of compositieproces over een andere boeg te gooien. De Oblique Strategy Cards heeft Dumoulin jaren geleden gekocht. Hij besloot er enkel één te lezen wanneer hij ergens echt niet uitkomt. Dat is in zes jaar slechts drie keer het geval geweest. What would your friends do?, is de kaart die hem het meest is bijgebleven. Voor het tot stand komen van What Lies In The Sea hoefde er geen kaart aan te pas te komen.

Situatie

Brian Eno vertelde eens in een interview hoe hij gelooft dat het universum werkt. De uiteenlopende organismen van de aarde probeert hij in zijn waarneming niet te scheiden. Hij ziet alles als een product van een klein aantal krachten en beperkingen, die zich op verschillende manieren herconfigureren. Als gevolg van deze visie wil hij een ‘groot hier en een lang nu’ in zijn werk weergeven door de muziek uit te spreiden tot aan de horizon. Zodoende is het niet langer van belang om te bepalen wat muziek is en wat niet, terwijl ze bovendien geen begin en geen eind heeft. Eno streeft ernaar om een context te scheppen, waarin alle vorm van actie ontbreekt. De luisteraar mag zelf construeren wat er gebeurt.

Haal je bij een film de beelden weg bij de muziek, dan heb je precies die muziek zonder actie waar Eno het over heeft. Op What Lies In The Sea klinkt de stem van Lynn Cassiers eerder als een figurant in een muzikaal schouwspel dan als de hoofdpersoon waar het allemaal om draait. De tekst is vaak onverstaanbaar, de stem zit niet vooraan in de mix en er staat veel reverb en delay op. Daardoor wordt het gemakkelijker om jezelf als luisteraar in de omgeving te plaatsen, of deze nu bewust geschetst is door de makers of niet. Ook is er op het gehele album geen beat te horen en zijn er geen liedjesstructuren te herkennen, wat overeenkomt met Eno’s definitie van ambient.

De voorloper van ambient is de minimalistische muziek die in het begin van de twintigste eeuw voorkomt in de klassieke muziek van Erik Satie en John Cage. Brian Eno is dus wel de bedenker van de term, maar niet de uitvinder van het genre, waarvan herhaling en stilstand belangrijke kenmerken zijn. Hij vergelijkt het maken ervan met het schilderen van een landschap. Je kunt ernaar kijken en erin wegdromen. Het resultaat noemde Eno stilstandsmuziek. “Ik spreek liever van toestandsmuziek”, zegt Jozef Dumoulin. “Men gaat uit van het negentiende-eeuwse idee dat kunst narratief moet zijn, terwijl er al lang in de Westerse cultuur een stroming is waar het eerder gaat over het creëren van een sfeer. John Cage is de man die Oosterse filosofie geïmplementeerd heeft in de Westerse muziek. Het gaat daarbij voor mij niet over stilstand op zich, maar over het punt waar beweging en stilstand samenvallen. Iets eenduidigs wat in beweging is en eeuwig door kan gaan.”