Frank Boeijen zoekt, wij vinden

23 november 2013

Frank Boeijen is een romanticus, een zingende verzetsstrijder tegen de vergankelijkheid. Hij zoekt naar wat blijft. Overal en nergens. Rusteloos. Zijn muziek schraagt de ziel. Beelden oproepend. Gekneed, gekerfd en gelaagd, als een kunstwerk. Zijn nieuwe album Een Vermoeden Van Licht is meesterlijk. Met een paar trefzekere toetsen schetst hij een donkerkleurig stilleven. Een compositie waarop de tijd als het ware verglijdt. In Museum Het Valkhof in Nijmegen valt tot eind januari te zien op welke wijze dertien bevriende kunstenaars geïnspireerd raakten door de tien nieuwe liedjes van de Nijmeegse zanger. Een Vermoeden Van Licht verschijnt in boekvorm met cd. Zo maakt Frank Boeijen de vluchtigheid van muziek tastbaar. Het is een poëtisch Gesamtkunstwerk.

Muziek is de meest efemere kunstvorm. Onvatbaar, kortstondig. Elke klank sterft weg. Muziek als ultiem sterven. Frank Boeijen verstaat zijn vak. De schoonheid die hij oproept, streeft naar onvergankelijkheid. Een dramatisch streven dat per definitie gedoemd is te mislukken en net daarom zo vertederend werkt. Het liert de verbeelding op in een roerloze choreografie. Dreigend, beklemmend en tegelijk toch ook adembenemend, dat is Een Vermoeden Van Licht, ofwel zoals hij zelf zingt: ‘verbitterd, maar blijmoedig’. Grote woorden verpakt hij in minimalistische arrangementen. En net in die abstracte puurheid schuilt de onweerstaanbare aantrekkelijkheid van deze muziek.

Het album ontbeert uptempo nummers. Opener Afscheid Van De Schaamte heeft nog een licht stuwend ritme, maar geleidelijk ebt dat weg. De muziek stroomt zacht binnen en vertraagt de geest. Vergeleken met zijn vorige album Liefde & Moed is er zelfs nog meer gas teruggenomen. Poëtische chansons zijn het geworden, luisterliedjes zonder noodzakelijk refrein, maar met een aanstekelijk ritmisch reliëf. De zanger kleedt zich uit, toont zich broos en breekbaar. Zijn stem klinkt soms frêle en weemoedig als hij zich fluisterzingend afvraagt waarnaar het meisje zoekt dat hij in de verte ziet lopen, alleen aan zee. Bij achtergebleven lippenstift op een glas mijmert hij dat alles wat overblijft overleeft. Frank Boeijen bezingt de stoffelijkheid, dat wat rest als alles weg is: reststof. In het nummer Eveline roept hij in een dierbare overleden vriendin iets in herinnering dat in zijn ogen nooit vergaat: schoonheid.

De omslagfoto van Een Vermoeden Van Licht toont nachtelijk Nijmegen in de jaren vijftig. Geen mens te zien, alleen neonlicht en een lantaarn die de auto’s subtiel beschijnt. Een cinematografische scène als een verstild schilderij van Edward Hopper. Het zorgvuldig vormgegeven boek laat de kunstwerken zien op weg naar hun plaats in de tentoonstelling. De zanger houdt een werk vast als een breekbaar schepsel, hij loopt voorbij en ‘zag dat het goed was’. De bezieling schuilt in de dingen. Muziek gaat over, net als het leven. Maar de objecten blijven. Zij vertellen een verhaal. Een verhaal over de tijd, over liefde, leven en dood. Boeijen’s project heeft – in de woorden van de lyrische journalist Hugo Camps – de draagkracht van een zielsverhuizing. Een Vermoeden Van Licht maakt de muziek tastbaar. Het voegt bezielde objecten toe aan de vluchtigheid. Frank Boeijen deelt klappen uit aan de vergankelijkheid. Het zijn immers de dingen die ons bestaan omkransen als levende entiteiten. Zij overleven ons, zoals de Romeinse objecten in Museum Het Valkhof.

De tentoonstelling Een Vermoeden Van Licht belichaamt de geest van de zanger. Een geest die een brede artistieke belangstelling herbergt. Humor ontbreekt niet. Bijvoorbeeld in de cartoon van Stefan Verwey waar de man met de zeis gevraagd wordt zich aan de deurpost te legitimeren. Of ironie. Als in het werk van Klaas Gubbels die in zijn befaamde beeldtaal het terras van collega Vincent van Gogh schildert. Er is ruimte voor ontroering en vervreemding in de foto’s van Eric de Bruijn, Ad Verpaalen, Corb!no, Stef Verstraaten en Károly Effenberger. Liefde eist haar plaats op in het schilderij Het Laatste Hartje van Saad Ali. Nits-voorman en beeldend kunstenaar Henk Hofstede toont de fascinerende videomontage Helsinki Station, waar het licht in de horizon zichtbaar is als een halo. Gerard van de Weerd is er in een abstracte vormentaal in geslaagd Een Vermoeden Van Licht te vangen met olieverf op paneel. Renée van Leusden maakt stilte tastbaar door haar in de vorm van een bronzen beeld te verpakken in kunsthars. Rense Sinkgraven, waarvan twee gedichten in Een Vermoeden Van Licht door Frank Boeijen verklankt zijn, is woordelijk aanwezig op de tentoonstelling.

De tentoonstelling, het boek en de muziek bieden meer dan een vermoeden van licht. Het is een licht dat door ons leven schijnt. We zien rooddoorlopen hoe het had kunnen zijn of wat er na ons in bezielde dingen overblijft. Hij zoekt en wij vinden. De tentoonstelling is net als de muziek: nooit potsierlijk. Niet overdonderend, maar uitdagend. Frank Boeijen weet hoe hij de hoogdravendheid beteugelt door de muziek klein te houden. Het vermoeden mag immers geen platte zekerheid worden. Steeds minder heeft hij nodig om méér te zeggen. Op fluistersterkte bezingt Frank Boeijen groots en meeslepend de zwijgzame vergankelijkheid. Met een hoofdrol voor grofstoffelijk geboetseerde beelden die beklijven en die de geest binnenstromen, slapende honden wekkend. Onvergankelijk. Een ode aan de stoffelijkheid.