Golden Earring in 50 liedjes

27 juli 2017

Ze behoren inmiddels tot het cultureel erfgoed van Nederland: veel van hun nummers zitten opgeslagen in het nationale collectieve geheugen en de huidige bezetting houdt het al bijna een halve eeuw vol. Dat laatste wapenfeit, gevoegd bij de periode vanaf de start begin jaren zestig als The Tornados, maakt dat Golden Earring de langst bestaande popgroep van Nederland is en tevens een gooi kan doen naar de wereldtitel in die categorie.

Redenen genoeg waarom er de afgelopen decennia allerlei initiatieven zijn genomen om de geschiedenis van de van oorsprong Haagse band in kaart te brengen. Dat resulteerde in documentaires, tentoonstellingen en natuurlijk ook boeken. Zo verscheen vorig jaar de lijvige geautoriseerde biografie van zanger Barry Hay, geafficheerd als ‘de grootste rockster die Nederland ooit gekend heeft’.

Wat betreft het te boek stellen van de Earring-historie heeft ook Maarten Steenmeijer zich niet onbetuigd gelaten: in 2004 verscheen van zijn hand Golden Earring: Rock Die Niet Roest, destijds pas het tweede serieuze boek over de band. Steenmeijer, in het dagelijks leven hoogleraar Spaanse letterkunde en cultuur aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, komt nu met de ‘liedjesbiografie’ Golden Earring In 50 Songs. Daarin behandelt hij de zijns inziens vijftig belangrijkste en mooiste liedjes uit een oeuvre van meer dan driehonderd titels. Die nummers hebben ieder een eigen hoofdstuk gekregen. Bij elkaar vertellen die hoofdstukken ‘het grote verhaal van de muziek en carrière van Nederlands oudste en succesvolste rockband’. Vandaar die benaming ‘liedjesbiografie’, een genre dat volgens de schrijver in Nederland niet bestaat.

Steenmeijer, Earring-fan sinds zijn middelbare schooltijd eind jaren zestig, begin jaren zeventig in Den Haag, raadpleegde voor het boek duizenden artikelen, berichten, interviews, columns, lijsten, boeken en websites. Ook kon hij met vragen terecht bij de vier huidige bandleden, in het bijzonder bij bassist en mede-oprichter Rinus Gerritsen, en bij hun manager.

Met vijftien nummers figureert het werk uit de jaren zeventig het prominentst in het boek, terwijl de meerderheid van de besproken liedjes op single verscheen. Daaruit zou je de conclusie kunnen trekken dat de groep al geruime tijd over zijn artistieke en commerciële hoogtepunt heen is. En tevens dat de Golden Earring nooit een echt goede albumgroep is geweest.

Een en ander maakt dat de hoofdstukjes over relatief onbekende nummers de nieuwsgierigheid het meest prikkelen. Zo is Angel, het openingsnummer van het album Face It uit 1994, voor de auteur een hoogtepunt in het bandoeuvre. De tekst van Barry Hay moet, zo leert het aan het nummer gewijde hoofdstuk, een ‘topzware bevalling’ geweest zijn. Taalwetenschapper als hij is, onderwerpt Steenmeijer die op het eerste gezicht (en gehoor) onbegrijpelijke tekst van Hay aan een uitgebreide analyse en weet daar voor de lezer dan toch nog enige chocola van te maken. Waarna hij concludeert: ‘Die engel boft maar met zo’n liedje.’

Zijn bewondering voor de groep steekt Steenmeijer niet onder stoelen of banken. Dat is zijn goed recht natuurlijk, maar de hier en daar aan dweepzucht grenzende observaties maken het boek er voor de niet al te fanatiek geïnteresseerde niet boeiender op. Gelukkig kraakt de schrijver soms ook een kritisch nootje. Zo heeft hij het over ‘de passie voor heipaalmomenten’ die producer Shell Schellekens in de jaren tachtig aan de dag legde bij de totstandkoming van een drietal albums.

Verder staat Steenmeijer stil bij de commotie die ontstond naar aanleiding van de door Dick Maas geregisseerde videoclip voor When The Lady Smiles. In een kaderstukje valt te lezen hoe geschokt dichteres en romanschrijfster Hagar Peeters als elfjarig meisje was bij het zien van de clip. Op zijn best is Steenmeijer wanneer hij op dingen wijst die je eerder nooit opgevallen waren, bijvoorbeeld het als ‘Aziatisch getint’ omschreven gitaarwerk van kortstondig Earring-lid Eelco Gelling in het intro van Bombay.

Wie overigens verhalen met een hoog seks, drugs en rock-'n-roll-gehalte in het boek hoopt aan te treffen, doet er beter aan eerdergenoemde biografie van Hay te lezen. Wat sappige anekdotes betreft houdt Steenmeijer het aan de beschaafde kant. Daar is hij dan ook academicus voor.

‘Golden Earring In 50 Songs – Biografie Van Een Band’ door Maarten Steenmeijer is verschenen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.