Jaarringen van Elvis: 1945

4 juli 2017

1945

Ver·los·sing (de; v; meervoud: verlossingen). 1 vrijmaking, bevrijding. 2 bevalling: tangverlossing

Adolf was eenzaam, maar niet alleen. Ondanks dat hij Blondie inmiddels kwijt was geraakt. Opzettelijk, dat wel. Waarschijnlijk was hij bang dat de Russen zelfs honden zouden verkrachten. Hij had sowieso altijd al vreemdsoortige ideeën gehad over die verdomde Bolsjewieken. Hij had Blondie vergif laten nemen. Om meteen daarna een kogel door z’n kop te schieten, vond zelfs Adolf te dramatisch. Hij was al genoeg theatraal bezig geweest de laatste uren. Hij en Eva waren net enkele uren getrouwd. Eva Hitler was voor even de gelukkigste vrouw in de ondergrondse bunker.

Het was hectisch in het betonnen onderkomen. Mensen waren druk bezig met voorbereidingen om te vluchten of eeuwig te blijven. Een groepje verliet zonder permissie het laatste bolwerk van hun leider en die werden landverraders genoemd. De overige nazi’s wilden per se bij hun baas blijven, ondanks zijn hopeloze leiderskwaliteiten de laatste tijd.

Mevrouw Goebbels had besloten dat ze samen met haar zes kinderen en haar man, dokter en minister van propaganda, Joseph Goebbels, er de brui aan zou geven als Adolf dat ook ging doen. Vreemd genoeg voelde Adolf zich juist door haar overgave aan zijn aanwezigheid iets minder alleen. Mocht eenzaamheid om de hoek liggen, die was nu zelfs geheel verdwenen.

Het regende inmiddels gruis in de wandelgangen van de bunker. De geur van betonpoeder, alcohol, zweet, olie en het einde namen bezit van de ondergrondse kazemat. Het vertrouwde gebrul van Adolf als hij zich weer opwond over de zwakte van fictieve legereenheden was al enkele dagen niet meer te horen. Hij was rustig geworden.

Nog geen 48 uur geleden troostte hij enkele vertrouwelingen, tijdens een vegetarische maaltijd, met het goede nieuws dat duizend straaljagers klaarstonden om de vijand te verassen en daarna te vernietigen. Wenend van geluk verlieten de bewonderaars de eetzaal. Adolf keek niet meer op, maar knikte kort om zijn waardering uit te spreken over de heerlijke sperziebonen.

Adolf zat wat ongemakkelijk op het kleine bankje in zijn werkkamer naast zijn vrouw. Ze waren net getrouwd maar al wel uitgepraat. De adjudant van Adolf, een lange blonde man van midden twintig, kwam een aantal keren naar binnen lopen met attributen die niets goed beloofden. Tenminste, vanuit het juiste perspectief bekeken. De assistent legde een geladen pistool op het werkbureau en vervolgens klapte hij een etui open met daarin enkele capsules. “Bedankt, mijn jongen”, zei Adolf. “En zorg ervoor dat er niets van ons overblijft.” “Mijn leider”, zei de jongeman en klikte de hakken tegen elkaar. De adjudant liep de kamer uit en sloot de deur. Hij bleef als een waakhond voor de deur staan.

Eva glimlachte naar Adolf en legde een hand op zijn knie. Adolf beantwoordde dit gebaar met niets. Hij staarde naar de grond. “Is mijn bestaan nuttig geweest?”, vroeg Adolf tegen de vloer. “Ik heb vele aanslagen overleefd, maar was dat wel in mijn voordeel?” Voor het eerst in zijn politieke leven liet Adolf elke retoriek achterwege. Hij wist het echt niet. Eva hield een hand op zijn knie, maar aan haar gezicht viel niet meer af te lezen dat ze gelukkig was een Hitler te wezen.

“Ik zou de militaire parade op de Champs-Élysées in Parijs bijwonen, om onze overwinning te vieren. Het Europa dat er toe deed, lag aan mijn voeten. Maar ik vertrok enkele dagen eerder om… Ik miste Blondie”, fluisterde Adolf. Eva schoof langzaam haar hand van zijn knie, alsof ze bang was voor represailles. “Er waren twee varkens, ene Graaf von der Schulenburg en…”, zei Adolf en maakte een wegwerpgebaar om aan te geven dat een tweede naam er niet toe deed. “Ze zouden mij neerschieten tijdens de parade.”

Adolf keek naar een zelfportret achter zijn werkbureau. “Als ik wel de parade had bijgewoond, was ik als de grootste Germaan aller tijden de boeken ingegaan”, zei hij weemoedig. Hij stond op en pakte de etui met capsules en het pistool. Hij keek langs zijn vrouw en haalde de veiligheidspal van het pistool. “Dit zouden ze allemaal moeten doen, dat zwakke gespuis.”

Adolf ging naast Eva zitten en gaf haar een capsule. Hij knikte. Eva keek nog een keer verliefd naar haar man, stak de capsule in haar mond en beet op haar kiezen. Nog geen fractie later schoot Adolf een kogel door haar slaap. Adolf nam een pil en stopte deze in zijn mond. Het is tijd om de voorzienigheid voor te zijn, dacht hij.

*******

Tien jaar

Het was kinderdag op 3 oktober tijdens de jaarlijkse Mississippi-Alabama Fair and Dairy Show, die gehouden werd op de kermis in het centrum van Tupelo. De jonge Elvis stond op een stoel achter een microfoon en zong Old Shep tijdens een soort talentenjacht voor kinderen. De show werd uitgezonden door het lokale radiostation WELO. De legende gaat dat een brildragende Elvis net bij de microfoon kon en voor enkele honderden mensen de tweede prijs won en daarmee ook vijf dollar en vrij entree voor alle attracties op de kermis. De koning in spe droeg wel korte tijd een bril, maar hij was geen tweede in de talentenjacht. Waarschijnlijker is dat hij de vijfde plaats haalde en geen prijs won. Sterker nog, het enige wat hij aan dit kortstondige artiestenbestaan overhield was billenkoek van zijn moeder omdat hij de meest gevaarlijke attracties uitkoos.

*******

Alles ademt onschuld uit / nu het kwaad gestremd is, / bommen niet meer vallen / en een keizer mag blijven.

Jongetjes in tuinbroeken, / meisjes in wollige jurkjes, / vaders met kleine stropdassen, / de moeders achter kraampjes.

Een fanfare speelt marsmuziek / en wordt regelmatig overstemd / door het orgel bij de draaimolen. Een opa haalt uit met een hamer / en door de herrie van de bel / is zijn arbeidsverleden hoorbaar.

De kermis wordt begrensd met vlaggetjes / met de kleuren van het land. / Ze wapperen uit liefde voor de wind. / Een jongetje loopt met een gitaar / aan de hand van zijn moeder / aarzelend naar een podium. / Met moeite laten ze elkaar los.

Het mooie jochie klimt omhoog. / Even staat hij stil en neemt / de onschuld in zich op. / Dan loopt hij naar een stoel, / precies in het midden. / De microfoonstandaard is te hoog. / Hij staat op zijn tenen op de stoel.

Wankelend van verlegenheid / begint hij te zingen. / De eerste onschuld verdwijnt / uit zijn zangstemmetje. / Het zijn geen vuige tonen of duivelse ritmes / maar woorden over de dood, afscheid / en eeuwige ellende, die zijn keeltje verlaten.

Oude herder, zingt hij, is een trouwe hond. / Lief maar dood, blijkt snel genoeg. / Zijn moeder huilt en weet het ook: / Mijn lieve zoon is niet geboren voor het kleine geluk.

Vlaggetjes wapperen, kinderen klieren, / de draaimolen draait, het orgel ademt / en de fanfare paradeert over de kermis. / Bijna niemand heeft oog voor de culturele revolutie / die als troost gelukkig geen eerste wordt.

Lees ook: Proloog.

Dennis van Tiel is uitgever van de onregelmatig verschijnende periodiek Almost In Elvis, waarin schrijvers, muziekliefhebbers en kunstenaars hun bijna-Elviservaringen of hun mening over die dekselse rocker kwijt kunnen.