Jaarringen van Elvis: 1972

2 augustus 2017

1972

Op·na·me (de; v(m); meervoud: opnames, opnamen) 1 het opnemen: opname in een inrichting. 2 het opgenomene: geluidsopname.

Frank was eenzaam maar niet alleen. Een verwachtingsvolle filmcrew omringde hem, terwijl hij zelf keek of hij de grote sterren kon ontwaren tussen de onbekende filmlui. Maar Dustin en Robert zaten waarschijnlijk samen in een van hun campers of een hotelkamer druk aan hun teksten te werken, want Frank zag ze niet. Al kon hij sowieso weinig gezichten zien, door de grote lampen die op hem gericht waren. Hij zag wat zwarte schimmen, waarboven enkele rookpluimpjes opstegen.

"Actie!" riep de regisseur, maar zeker weten deed Frank het niet.

Voordat Frank gehoor zou geven aan het commando, gingen zijn gedachten een fractie van een seconde terug naar de lopende band van een Fordfabriek in Detroit. De enige stad ter wereld waarvan het uitspreken van de naam een sterke geur van geroosterd ijzer achterliet bij iedereen die de naam hoorde.

Frank kwam elke dag gebroken thuis van het in elkaar zetten van motoronderdelen. Heel lang dacht hij dat het geestdodende werk hem fysiek afmatte. Elke dag draaide hij duizenden identieke boutjes in evenzo identieke, passende gaten. Maar hij bleek astma te hebben. Wat was hij opgelucht dat hij wel gedwongen was te stoppen met dat werk. Nu kon hij zichzelf tenminste een nietsnut noemen vanwege overmacht en niet omdat hij ervoor had gekozen. Het speet Frank niet dat hij de middelbare school vroegtijdig had verlaten, maar hij had het wel altijd spijtig gevonden dat school zo verdomde saai was.

"Wills!" schreeuwde iemand.

Frank schrok en keek op. Frank kwam niet verder dan een ongemakkelijke glimlach. Hij had zich altijd te cynisch gevoeld om ergens sorry voor te zeggen.

"Oké, iedereen klaar?" vroeg een stem vanuit de donkere menigte onder een van de filmlampen.

Zonder een antwoord af te wachten riep dezelfde stem nog een keer 'actie', ditmaal iets harder om zeker te zijn dat Frank het ook begreep.

Frank speelde zichzelf, maar dan vier jaar jonger. Hij hoefde gelukkig niet veel te acteren, hij hoefde alleen maar te handelen als die beveiliger van vier jaar terug toen hij ’s nachts een gebouwencomplex moest bewaken. In dat complex bevond zich naast een hotel ook het hoofdkantoor van de Democratische Partij. Zoals gerepeteerd liep Frank met serieuze blik naar een deur van een gebouwencomplex, dat als ingang diende naar de burelen van een van de twee politieke grootmachten in de VS. Toen hij de deur wilde openen, zag hij een stuk duct tape op het deurslot. De tape was over de dagschoot geplakt om te voorkomen dat de deur dicht zou vallen. Hij verwijderde de tape en liep naar binnen.

"Cut!" werd er geroepen.

Verdomme, ik heb ineens honger, dacht Frank meteen. Spanning sloeg bij Frank altijd op zijn maag. En op zijn zenuwen. Frank stond er wat verloren bij, hij werd schijnbaar vergeten.

Lichten werden verhangen, camera’s verplaatst en mensen met blocnotes of opengeslagen mappen liepen druk heen en weer.

Frank droomde weer even weg en dacht aan zijn vreemdsoortige keuze van carrière te veranderen. De officieus afgekeurde bankwerker verhuisde naar de hoofdstad en vond wonderwel werk als conciërge of portier bij hotels, voordat hij terecht kwam als bewaker bij het Watergatecomplex. Hij was zowaar een tijdje gelukkig. Geen zwaar belastend werk en weinig risico op stress of gezondheidsproblemen. Wie zou er nou willen inbreken in een suf hotel of, nog onwaarschijnlijker, in het kantoor van een suffe organisatie als de Democratische Partij?

Voordat hij verder kon gaan met zijn dagdromen, werd hij weer gestoord.

"Wills, tijd voor de volgende scene", riep een knecht van de regisseur.

Frank baalde van de interruptie, hij wilde net even heerlijk terugdenken aan de geboorte van zijn heldendom. Hij wist dat hij te weinig talent had om het geluk van de juiste plaats en de juiste tijd uit te buiten. Een kleine loonopslag, wat tv-optredens en nu een eenmalig rolletje in een film over wat hijzelf in gang had gezet, was toch echt het maximale wat hij uit zijn heldenstatus kon halen.

Single luck was maar weinigen gegeven.

Frank moest nog even zichzelf spelen en verbaasd reageren toen hij terugkwam van zijn eerste patrouille en zag dat er weer tape op dezelfde deur zat. Het moest gezegd, hij speelde zichzelf overtuigend. Ook moest hij nog wat scènes opnemen, waarin alleen zijn handen hoefden te acteren en hij aan een deurpost moest rommelen. En alsof dat nog niet genoeg was voor de eenmalige acteur mocht hij ook nog even bellen naar de politie.

De belscène moest wel een keer over omdat Frank onbedaarlijk begon te lachen toen er ‘actie’ werd geroepen. Kwaad riep de regisseur wat er nou weer aan de hand was, hij had allang spijt dat ze de echte bewaker hadden laten opdraven voor de rol.

"Ik bedacht ineens dat ik in '72 op Nixon heb gestemd", zei Frank.

De tweede take stond er in één keer op. Foutloos, Frank zou nooit meer zo’n mooi telefoongesprek voeren.

"Cut!"

******

Zevenendertig jaar

Elvis en zijn vrouw leefden inmiddels officieus gescheiden, maar dat belette de zanger niet weer eens een ouderwets rocknummer op te nemen, Burning Love, dat vol zat met optimisme, seks en liefde. Wellicht wist de naar aftreden riekende koning dondersgoed dat hij een hit nodig had om weer wat te betekenen, want hij vond het rondweg een kutnummer.

Wat Elvis zag als een equivalent van Burning Love, als het aankwam op het gevoel dat het bij hem opwekte, namelijk aversie, waren de vier shows die hij gaf in juni 1972 in New York.

Ondanks het feit dat hij het meest prestigieuze rockpaleis van het land, Madison Square Garden, helemaal plat speelde en zelfs een record vestigde qua bezoekersaantallen en de snelheid waarmee de kaartjes uitverkocht waren, moest hij niets hebben van die progressieve John Lennon-achtige snobs. Presley zou nooit vergeten dat New York zestien jaar geleden zijn muziek niet begreep en, erger nog, hem niet begreep.

Burning Love werd een tophit en de langspeler Recorded at Madison Square Garden, met daarop één van de vier concerten, werd ook een succes. Zelfs de door Presley gehate ‘linkse’ kranten waren lovend over zijn optredens. Maar Elvis was te groot geworden voor succes. Het deed hem niets meer, daarvoor verveelde hij zich te veel.

*******

De koning vermaakt zijn volk maar heerst niet meer,

daarvoor is tegenwoordig een president aangesteld.

Ondanks de kroon is hij folklore en dat weet hij.

Terwijl hij zwaait, sjaaltjes uitdeelt en het volk toespreekt

met zijn machtige stemgeluid; ja dat nog wel,

geeft de echte macht zich over aan achterdocht.

Waar de koning zijn eeuwige jeugd achter zich laat

kan de president niet verkroppen dat macht sterft

en dus ook niet onderhevig is aan de eeuwigheid.

De machtigste man van het rijk, die zichzelf

nooit een boef zou noemen, geeft zonder toestemming

toch de opdracht zijn tegenstanders te strippen

van veiligheid en private rechten.

Kennis maakt macht, zo waar dat het ordinair wordt.

Echter, sommige kennis heeft een korte levensduur.

Een eenvoudige bewaker, slecht bewapend met een toorts

en een oplettende geest, betrapt de achterdocht van de president

op heterdaad en luidt in zijn eentje het einde in

van een machtsspel dat ruikt naar zwavel.

Ach, je zou kunnen lieren over het sprookje van David en Goliath,

maar gewoon smerig toeval is al poëtisch genoeg.

Daar weet de koning alles van, als hij zingt over brandende liefde

en tegelijkertijd denkt dat elke idioot koning kan spelen.

Lees ook de eerdere afleveringen in de serie Jaarringen: Proloog, 1945, 1950, 1953 en 1965.

Dennis van Tiel is uitgever van de onregelmatig verschijnende periodiek Almost in Elvis.