The Jewish Jukebox en de geschiedenis van vinyl

22 augustus 2017

Muziek op vinyl leeft volop. Dat mag geen nieuws heten, gelet op alle enthousiaste verhalen in de media de afgelopen jaren en de bloeiende handel in zowel nieuw als oud vinyl en platenspelers. Daarbij gaat het vooral om een liefhebbersmarkt: de hoeveelheden die ooit, vooral in de jaren zeventig, over de toonbank gingen, zullen wel nooit meer worden gehaald. Als massaproduct heeft de plaat dan ook afgedaan. Dat maakt het des te interessanter om je in de geschiedenis van dat product te verdiepen. Het Joods Historisch Museum in Amsterdam biedt die mogelijkheid met de tentoonstelling The Jewish Jukebox. Het gaat hier om een initiatief van het Jüdisches Museum Hohenems in Oostenrijk in samenwerking met hun Duitse collega’s van het Jüdisches Museum München. Ook in Londen, Frankfurt en Warschau is de tentoonstelling te zien geweest.

Die expositie begint bij de uitvinding van de grammofoon aan het eind van de negentiende eeuw in de Verenigde Staten door Emile Berliner. Hij borduurde voort op de oorspronkelijk als dictafoon bedoelde fonograaf van collega-uitvinder Thomas Alva Edison. Maakte die laatste voor zijn vinding aanvankelijk gebruik van cilinders van tinfolie en, toen die te kwetsbaar bleken, van wasrollen, Berliner vroeg in 1887 patent aan voor platte schijven met bijpassend afspeelapparaat. Die leenden zich ook beter voor massaproductie. Zo’n zeven jaar later startte de joodse immigrant uit Duitsland de United States Gramophone Company en kon de platenindustrie zoals we die nu kennen een aanvang nemen.

The Jewish Jukebox laat zowel de fonograaf van Edison als Berliner’s grammofoon met bijbehorende geluidsdragers zien. Ook staat de tentoonstelling stil bij andere mijlpalen uit de geschiedenis van de grammofoonplaat zoals het ontstaan van de platenhoes en de uitvinding van de lp, een schijf van vinyl. Die kunststof groeide zo, samen met het daar voor in gebruik zijnde schellak, uit tot de belangrijkste geluidsdrager van de populaire cultuur in de vorige eeuw.

Ook de joodse cultuur vond zijn weg naar de grammofoonplaat. Vooral die cultuur staat vanzelfsprekend centraal in de tentoonstelling. Te zien zijn honderden hoezen, gerangschikt naar categorieën: van voorzangers tot komieken, van folkmuziek tot theaterliederen en van jazz tot pop, rock en punk. Met name bij die laatste genres is de joodse identiteit van de makers niet altijd nadrukkelijk aanwezig: Ramones, Bob Dylan, Serge Gainsbourg, KISS of Carole King, om er maar een paar te noemen, maakten hun muziek vooral voor een breed en/of algemeen publiek. 

Aan een grote counter kunnen bezoekers via beeldschermen en koptelefoons luisteren naar voorbeelden uit de verschillende genres. Nummers van onder meer The Barry Sisters, Leo Fuld, Beastie Boys en Esther Ofarim zijn voorzien van een toelichting door een internationaal gezelschap van schrijvers, journalisten en kunstenaars die vertellen over hun persoonlijke luisterervaringen en wat de betreffende nummers voor hen betekend hebben. Nadeel is wel dat hun verhalen nogal aan de lange kant zijn en daarom beter tot hun recht komen in gedrukte vorm. Daar komt nog bij dat de verhalen, op een enkele uitzondering na, afkomstig zijn van namen die de gemiddelde bezoeker van het Joods Historisch Museum vermoedelijk weinig tot niets zullen zeggen.

Andere kritiek die je op The Jewish Jukebox kunt hebben is dat de grote rol die mensen met een joodse achtergrond in de zakelijke kant van entertainmentindustrie, en dus ook de platenindustie, spelen en hebben gespeeld een beetje onderbelicht blijft. Ze komen wel aan bod, maar dan in teksten die niet al te diep graven en bovendien slordigheden bevatten. Zo heeft Clive Davis weliswaar een belangrijke rol gespeeld in de platencarrière van de nodige grote namen, maar was hij bij Columbia niet verantwoordelijk voor het binnenhalen van Billie Holiday, Duke Ellington of Bob Dylan. 

Het zijn minpuntjes op een tentoonstelling die iedereen met een al dan niet door nostalgie ingegeven belangstelling voor vinyl en haar voorloper schellak moet kunnen aanspreken. De opgestelde authentieke Rock-Ola jukebox waaruit singeltjes van joodse artiesten klinken, vormt daarvan dan ook het toepasselijke sluitstuk.

The Jewish Jukebox - 100 jaar muziek op schellak en vinyl’ is tot en met 7 januari 2018 te zien in het Joods Historisch Museum, Amsterdam.