De Laatste Ronde, Hommage aan Bram Vermeulen in het Nieuwe de la Mar Theater
Amsterdam
24 mei 2005
Zondagavond 5 september zat ik om acht uur naar het nieuws te kijken en tussen alle gijzelingsacties, aanslagen en stormberichten door zat een bericht waar ik stil van werd; Bram Vermeulen was overleden.
Bram Vermeulen, de man van Neerlands Hoop maar voor mij vooral de man van mooie liedjes, intrigerende theateroptredens en zonnige zondagmiddagen in het Vondelpark. In het Vondelpark begon mijn liefde voor zijn kunst en mijn bewondering voor die man die uitbundig vrolijk en –triest kon zijn, maar ook nors kinderen van het podium kon sturen.
De eerste keer dat ik Vermeulen hier zag optreden zweefde Rode wijn en Klein liedje over het publiek dat stil stond en zat te luisteren. Na een groots applaus, een kleine toegift (er moest worden omgebouwd voor het volgende optreden), een diepe buiging en “Dank u wel” verliet hij het podium met een blik op zijn gezicht dat hij het allemaal best vond.
Dit zomers optreden werd een aantal jaren herhaald en de definitie van ‘zomer in de stad’ werd voor mij Bram Vermeulen op een zonnige zondagmiddag in het Vondelpark. Bij het laatste optreden dat ik van hem zag waren Vermeulen en het Vondelpark uit elkaar gegroeid. De taco’s, Breezers en dansende kinderen paste niet meer bij zijn liedjes en teksten. Vermeulen stoorde zich zichtbaar aan de koters die op het podium stonden mee te wiegen, zijn commentaar hierop werd niet gewaardeerd door het publiek. Op dat wringende moment bleek de kracht van zijn kunst; hij wist binnen een paar seconden zijn publiek weer aan zich te binden met zijn liedjes en hij kreeg weer een groots applaus.
Vermeulen is voor mij ook de man van het theater, het podium waar zijn liedjes Kunst werden. Het waren dezelfde nummers, maar door de aaneenschakeling en zijn commentaar en vertellingen werd het een web waar je een avond in verstrikt raakte. Vermeulen die met de trein zijn bestemming voorbij gaat en uiteindelijk in Parijs terecht komt maar ook Vermeulen die ervan overtuigd is dat hij de reincarnatie is van een soldaat uit de eerste wereldoorlog. Door sommigen betiteld als intellectueel navelstaren, voor mij een avond genieten en nog weken liedjes neuriën waar je vaag de tekst van kon herinneren
Bram Vermeulen is niet meer onder ons en om dat trieste feit te gedenken hebben een aantal vrienden een programma met zijn liedjes in elkaar gesleuteld. De zaal kreeg drie uur lang zijn beste nummers en teksten over zich heen. De wereld van Vermeulen wordt bevolkt door slaande, dronken mannen, vervreemde gezinsleden en vrouwen die niet bij hun meppende man vandaan kunnen. De situaties die hij beschrijft zijn zo herkenbaar en roepen voor mij altijd beelden op van ronde keukentafels met borden stampot (kuiltje in het midden), beslagen ruiten waar ’s winters de ijsbloemen opstaan en goed bedoelde naoorlogse wijken in Pendrecht waar op bewolkte dagen de triestheid over straat spookt. Gelukkig is het niet alleen kommer en kwel, zelden is een doos sigaren zo liefdevol bezongen als in Willem II en De Steen en Rode Wijn geven je toch de hoop dat al het gedoe op aarde soms tot iets goeds kan leidden.
Iedere zanger (deze avond 13 in getal) bleef in zijn vertolking dicht bij het origineel waardoor je in gedachten Vermeulen op de achtergrond hoorde meezingen. Dave Vos gaf een Leonard Cohen-achtige uitvoering aan Mijn droom, Lenny Kuhr’s stem was eigenlijk iets te rond maar de uitbundige stem van Pierre van Duijl wist met Dorst de muizenissen te doorbreken. Polonaise was Gé Reijnders op het lijf geschreven maar voor velen was Katarina Vermeulen de verrassing van de avond. Messcherp zong ze drie teksten van haar vader. Haar stem was loepzuiver en de uitvoering indrukwekkend.
De avond werd besloten door Kommil Foo met Dans met mij. Wonderschoon, dieptriest en blij, alle kenmerken van Vermeulens kunst werden gebald in dit ene nummer.
Met dit soort vrienden is de muzikale erfenis in goede handen en dat is iets waar we ons alleen maar over mogen verheugen. Ik stel me voor dat hij ons van boven heeft gadegeslagen, een kort knikje heeft gegeven “zo is het goed” en verder gaat met het stemmen van zijn piano om weldra een nummertje voor de pajotten en andere oude kamaraden te spelen.
Philip Nijman