Death Cab For Cutie oogt live obligaat.
In een uitverkochte Melkweg trad net voor half tien de indieband Death Cab For Cutie aan. Het podium zag er schitterend uit door de levensgrote projectie van de abstracte kleurrijke hoes van de recente cd Narrow Stairs. Het verhaal van Death Cab For Cutie is wel zo’n beetje bekend. De groep is een Amerikaanse indierockband uit Seatle, die in 1997 is opgericht. De band begon als soloproject van zanger/tekstschrijver Ben Gibbard. Death Cab For Cutie brengt een drietal cd’s uit die in de muziekpers enthousiaste reacties opleveren en waarmee ze een trouwe kleine groep aan fans verkrijgen. Het vierde album ‘Transatlantiscism’ uit 2003 brengt daar verandering in. De cd staat vol prachtige indie nummers en heerlijke popmelodieën. Het succes van de cd wordt versterkt wanneer de groep dankzij populaire Amerikaanse TV series door een groter publiek opgepikt worden. Het succes wordt in Amerika vergroot, wanneer ze bij Atlantic Records tekenen en in 2005 ‘Plans’ uitbrengen. De doorbraak is een feit mede door een aantal wat gemakkelijker in het gehoor liggende nummers.
In Nederland is Death Cab For Cutie nog niet echt bekend. Hierdoor krijgen wij wel de kans om het viertal te zien spelen in het clubcircuit. Stonden de heren de vorige keer in Paradiso, dit keer was Melkweg-the Max aan de beurt. Death Cab For Cutie speelde heel wat materiaal van hun laatste cd Narrow Stairs, maar gelukkig kwamen ook de oudere nummers van Plans en Transatlantiscism voldoende aanbod. Er zat weinig vaart in het optreden in de Melkweg. Misschien komt dat, omdat de groep over het algemeen nogal braafjes en obligaat klonk, of misschien omdat er weinig variatie in de set zat. Na een klein uur spelen veerde de zaal voor het eerst op wanneer Ben Gippard een akoestische versie van ‘I will follow you into the dark’ inzette. De ingetogen versie zorgde voor het sterkste moment van de hele avond. Op het podium voldeden de heren aan het stereotiepe beeld van een Americana/indieband: ze zagen houterig en slungelig uit. Een beetje meer show had de performance geen kwaad gedaan. En iets meer tekst dan een paar standaard opmerkingen was ook beter geweest. De bandleden leken elk hun eigen optreden te hebben, want echt gezamenlijk met elkaar spelen zag je niet. Exemplarisch hiervoor vormde de centraal gepositioneerde bassist Nick Harmer, die met zijn hoekige bewegingen of door regelmatig met zijn rug naar het publiek te spelen dit beeld versterkte. Toch viel er weldegelijk wat te genieten tijdens het optreden. Zo was er een heerlijke uitvoering van het nummer Crooked Teeth. En tegen het einde van de reguliere set werd het optreden zelfs spannend zoals bij het prachtige nummer Soul Meets Body.
Wat opviel was, dat de zangpartijen van Ben Gibbard op plaat beter klinken dan live. Zijn stemgeluid klonk breekbaar. Alleen bij de nummers die door de piano werden ondersteund was zijn stem meer in balans dan bij de songs zonder extra begeleiding. Voor de gitaarpartijen gold het omgekeerde. Gitarist Chris Walla, getooid met een Giel Beelen pet, liet zich met regelmaat van zijn goede kant zien met prachtig gitaarspel. Al met al een redelijk geslaagd optreden, maar allemaal iets te braaf en voorspelbaar om echt te beklijven. In de toegiften kwam er wel opmerkelijk dynamiek naar voren. Zo werd het optreden met Transatlantiscism, na één uur en veertig minuten spelen, toch nog in een prachtige apotheose afgesloten. Maar dat kon de rest van de wisselvalige set niet echt doen vergeten.
Rolf Marselis. Gezien: Melkweg 10 juli 2008