Jorge Fernado in de kleine zaal van Het Concertgebouw
Amsterdam, 21 mei 2005
Jorge Fernando is een begenadigd tekstdichter, fadocomponist,
-arrangeur en -producent. Hij heeft aan de wieg gestaan van het succes van Mariza en Ana Moura. Wie thuis zijn fadocollectie doorneemt zal zijn naam vaak als gitarist of producer tegenkomen.
In Nederland hebben we het tot heden met slechts één cd moeten doen, een cd die voor de puristen te veel afwijkt om fado te noemen.
Anderhalf jaar gelden deed hij nog een uitverkochte tour langs 20 theaters in België en Nederland. De liefhebbers moesten het nu doen met slechts 3 optredens.
Optreden in Het Concertgebouw in Amsterdam is altijd een gok en zeker als je het niet zo nauw neemt met de conventies van de stijl. Het (grotendels abbonementshouders)publiek was gemêleerd qua leeftijd en het duurde enige tijd voor ze deze vorm van fado konden inschatten en waarderen.
Fernando was in vorm. Relaxed vertolkte hij zijn nummers op de akoestische gitaar, bijgestaan door viool, cello, basgitaar piano en Portugese gitaar.
Soms laat hij zijn begeleiding gaan in jazzy pianosolo’s of over the top dwarsfluit maar deze avond klopte echter alles. Verrassend vaak begon hij nummers klassiek met Portugese gitaar en gitaar, haast onmerkbaar haakte de rest in en wist zo een muzikaal tapijt te weven waar het, enigszins hese, stemgeluid bovenhing.
Naast zijn lijfliederen Quem vai ao fado en Pode ser saudade, een reeks minder bekende nummers en klassiekers bracht hij een verrassend Mar Cruel (wrede zee), gespeeld als fado corrido, een hartverscheurend mooie vertolking van Chuva (A number I wrote for Mariza) en een integere Ai Vida (A number I wrote for Cristina Branco) ten gehore.
Traditioneel zat er ook een Guitarrada (instrumentaal) in het concert. Hier gaf hij alle ruimte aan Guilhermo Banza op Portuguese gitaar. Banza had tot heden een haast onopvallende rol gespeeld en hiermee liet Fernando zien wat voor hem zo belangrijk is aan zijn concerten; niet de Naam Op De Posters die alle aandacht krijgt, maar het muzikale collectief die elkaar tot grote hoogte weten te stuwen en daardoor als groep de waardering van het publiek eisen en ook krijgen.
Hij sloot af met een a-typische toegift. Normaal zijn de te spelen nummers van te voren bepaald maar hij vroeg wat de zaal wilde horen. Na veel geroep werd gekozen voor Coimbra, Maria de Lisboa (I forgot how to play it ……..) en één van zijn eigen nummers. Hij had de zaal om en de staande ovatie was gemeend en niet de staande ovatie die wij in Nederland menen dat mot.
Tekst en foto: Philip Nijman