Jorge Fernando in De Meervaart, Amsterdam 12 mei 2006
Maria de Fátima in Het Concertgebouw, Amsterdam, 18 mei 2006
Amsterdam, mei 2006
Na een druk bezette agenda aan het begin van het jaar (Mafalda Arnauth, Mariza
en Ane Moura) was het even rustig voor de fado-afficionado. Afgelopen week kon
echter weer volop worden genoten.
Jorge Fernando stond in de grote zaal V de Amsterdamse Meervaart voor een
éénmalig optreden. Normaal heeft hij een sloot muzikanten bij zich, maar nu
werd hij slechts begeleidt door Filipe Larsen op basgitaar en Guilherme Banza
op Portugese gitaar. Het was een sober concert waar Fernando zijn muzikale
kunnen uitbundig etaleerde. Hij is geen begenadigd zanger, de enigzins hese
stem heeft en beperkt bereik, maar weet zijn stem ten volle te benutten. Hij
gaf mooie vertolkingen van de klassiekers ‘Lagima’ en ‘Barco Negro’ en van zijn
eigen werk. De zaal reageerde een beetje lauw, men kwam vooral om vermaakt te
worden en dat is iets wat Fernando kan. Ik gebroken Engels en hangend op zijn
gitaar legt hij wat uit over de nummers, maakt grapjes (“mijn engels is niet zo
goed. Snapt U de uitleg? Ik snap mezelf niet eens”) en wist de zaal
uiteindelijk zo ver te krijgen dat men meezong.
Dit leverde de verrassing van de avond op. Uit de zaal klonk een ijle stem die
hem begeleide en na enkele gebaren de zangpartij van hem overnam. Deze dame
werd in de toegift op het podium gevraagd en bracht een mooie vertolking van
‘Primavera’ ten gehore.
Het concert van Maria de Fátima in de kleine zaal van Het Concertgebouww as
geheel anders; de sfeer was intiem, het publiek wist waarvoor ze hun kaartje
hadden gekocht en leefde van de eerste tot de laatste noot mee. De Fátima is
niet meer het sluitstuk van een abonnementenreeks. Dat hoofdstuk heeft ze
afgesloten, ze is een hoofdact geworden, een optreden waar de kaartjes snel
voor gaan. Dit maakte ze deze avond geheel waar.
Begeleidt door ‘haar jongens’, Daniël Raposo op Portugese gitaar, Aleix de
Gispert op klassieke gitaar, Felix Hildenbrand op contrabas en César Latorre
Trabanco op piano, zong ze twee sterke sets (pauze verplicht in Het
Concertgebouw).
In de loop der jaren heeft ze een indrukwekkend repertoire opgebouwd met
klassiekers, eigen nummers en nummers die voor haar geschreven zijn. Ze
wisselde haar optreden af door bij sommige nummers de microfoon te laten staan.
Er waren twee fado’s die eruit sprongen; ‘Rosa de minha rosaira’ die ze zong
voor haar zwangere dochter die in de zaal zat en ‘Mãe preta’, de originele en
tijdens de Salazar-dictatuur verboden tekst van wat later “Barco Negro” is
geworden.
Fernando en De Fátima behoren beiden tot de tussengeneratie fadista’s; te jong
om met Carlos do Carmo, Argentina Santos en Amàlia Rodrigues mee te zingen, te
oud voor de huidige generatie. Wat ze beiden ook gemeen hebben is het vermogen
om een zaal te amuseren met een verhaaltje, een grapje of een serieuze
anekdote. Dit amuseren leer je door jaren lang op te treden in fadohuizen,
restaurants, kleine podia, feesten en partijen en het is een kunst die, naast
mooie fado’s, een concert nu net dat extra geven.
Tekst en foto’s
Philip Nijman