Mafalda Arnauth in De Kleine Komedie


Amsterdam, 6 februari 2006

Je hebt van die concerten die de volgende dag nog door je hoofd spoken. Het concert van Mafalda Arnauth in De Kleine Komedie is zo’n concert.
Arnauth heeft zich in 5 jaar tijd, haast onmerkbaar, een vaste plaats bevochten op de Nederlandse podia. Ze is niet zo extrovert als Mariza en niet zo theatraal als Cristina Branco. Als ze optreedt hangt de stad niet vol met billboards en staan er geen grote stukken in de krant. Toch zitten de zalen vol en dat zegt wat over de mond-op-mond-reclame die voor haar gemaakt wordt.

Dit was de derde keer in een jaar dat ze in Amsterdam stond. Vorig jaar rond deze tijd ook in De Kleine Komedie, in Augustus in de grote zaal van Het Concertgebouw en gisteravond dus weer in De Kleine Komedie.
Voor fado is het een mooie zaal. Klein, intiem met een mooi geluid. Wat opvalt is dat het publiek jonger wordt. Waren het vroeger alleen de vijftigers die in de zaal zaten, allen op zoek naar de nieuwe Amália. Nu hoor in je in de pauze vergelijkingen met andere concerten en dat is ook één van de kenmerken van fado. Hoe goed was het vanavond en hoe vergeleek zich dat met ……………………
Elke fadista heeft zijn eigen manier van optreden en interpretatie van de fado. Bij Mafalda ligt de nadruk op de Fado Corrida, de blije fado. Niet dat ze het zwaardere werk schuwt, maar ook dan heeft het iets lichtvoetigs. Wat ook kenmerkend is voor haar optredens is de hechte band met haar begeleiding. Wist ze in 2001 haar guitarra-speler aan te zetten om een nummer mee te fluiten. Nu zingen de heren regelmatig mee en weet ze ook het publiek daarin mee te krijgen.
Ze was duidelijk in haar element, had duidelijk plezier in de zaal en dat zette weer aan tot een optreden dat niet anders te beschrijven is als krachtig en intens. Na de pauze vertelde ze dat Ramses Shaffy in de zaal zat. Deze voelde zich geroepen om het volgende nummer mee te zingen en ondanks gevorderde leeftijd kan hij het nog steeds. Als waardering kreeg hij een groots applaus van het publiek en artiesten.

Wie haar volgt merkt dat haar zang en interpretatie van de fado verandert. Geen grote veranderingen, maar elke keer heeft ze weer meer diepte, weet ze de juiste noot nog beter te raken. Opvallend in de begeleiding is de rol die Ramon Machio neemt. Subtiel weet hij tango- en Spaanse loopjes in zijn spel te verwerken die nu net dat extra geven.
Op haar nieuwste cd Diário heeft ze haar eerste uitstapjes buiten de fado gemaakt met een mooie uitvoering van La bohéme van Aznavour en Milona de Chiado van Machio.

Fado is niet alleen luisteren, maar ook vergelijken. Als je het concert van Mafalda met dat van Mísia gaat vergelijken, dan is dat haast onmogelijk. Beiden zingen subliemt. Bij Mísia is de begeleiding goed en een perfecte aanvulling op de fadista. Bij Mafalda valt juist weer het samenspel tussen fadista en begeleiding op. De drie guitarra-spelers die ik de afgelopen tijd heb gezien hebben ook zo hun eigen kwaliteiten. Ricardo Rocha (Concertgebouw, 21 januari) speelt mooi, maar is soms heel technisch en daardoor een beetje koud. Jose Manuel Neto speelt met het gemak zoals Cruyff voetbalt. Paulo Parreira is een heer op de Guitarra, legt zijn ziel en zaligheid in het spel en laat zich door niemand opjutten.
Persoonlijk wordt ik steeds weer verrast door de subtiele veranderingen in de zang van Mafalda, terwijl de zang van Mísia constanter is en scherper. Mafalda’s stem is weer ronder.

Het was een mooi concert van een fadista die de komende jaren alleen nog maar krachtiger kan worden.

Philip Nijman

Meer recensies