WEER NORTHSEA
Toch weer naar NorthSeaJazz met zijn 65 concerten per avond. Kun je meer dan 4 concerten op een avond van 7 uur behappen ? Ik niet. Dus je moet het aanbod goed voor jezelf programmeren. Als je iets ECHT wilt zien, moet je op tijd aanwezig zijn. EN het is goed om ook een beetje aan de toeval over te laten. Ook een mogelijkheid: op één stroom concentreren en een aantal concerten in dezelfde zaal blijven zitten. Als de stroom goede muzikanten heeft, voel je je op je gemak op een goed plaats (en krijg je af en toe medelijden met de wegschietende en binnenschittende festivalgangers).
DE ZATERDAG DE ZATERDAG DE ZATERDAG DE ZATERDAG DE ZATERDAG DE ZATERDAG De zaterdag nestelde ik me aan het begin in de Rembrandtzaal. Het begon met een geconcentreerd en prikkelend optreden van Eric Vloeiman's Boompetit. Mooi verstilde stukken stonden naast baldadigheid. Gespeeld of echt ? Hoe veinsvaardig is men intussen ? Het was niet altijd even duidelijk. De muziek had er niet onder te lijden. Eric Vloeimans gaf de grote lijnen aan en hield de boel bij elkaar. De vuurwerkjes kwamen voornamelijk uit het samenspel van cellist Ernst Reijsegger en gitarist Anton Goudsmit. Die had ik zo goed niet eerder samen zien spelen. Reijsegger slagte er ook deze keer weer in om het podium te verlaten en een met zijn cello een tocht door de zaal te maken. Dit eerste concert liep meteen flink uit maar de volgende groep stond razendsnel achter de mikrofoon's. Met twee basklarinetten en een ritme-tandem van bas en drums. Unisono, tegen elkaar in, van elkaar weg, naar elkaar toe, gejaagd, rustig. Alle stemmingen dynamisch afwisselend met wild dansende bas en drum, basklarinetten, sopraansaxen en bandoneon. En zo kunnen dat alleen maar Louis Sclavis, Michel Portal, Bruno Chevillon en Eric Echampard. Daarna wilde ik eindelijk een keer de Engelse ster-saxofonist Denys Baptiste zien die me een groot ensemble een Let Freedom Ring -suite zou brengen. Ik was goed opgewarmd door de wilde muziek van Sclavis en de zijnen. De zaal was helemaal in de sfeer van het thema FREEDOM gebracht. Met VJ beelden, aankondigingen en al.. Door de constante publiekswisselingen kregen de aankondigingen een hoog wishful thinking gehalte. Aan de muziek van het elfkoppig ensemble van Baptiste lag het niet dat de vlam niet in de vrijheidspan sloeg. Eigenlijk het ouderwetse bigband met een jagende klang die je op- en af- kunt laten zwellen en fulminante solo's. Dat alles met funky ritmes gemodelleerd naar de I have a dream speech van Martin Luther King. Aardige verspreker van leider Baptiste die de suite aankondigde als I have a dream. Old School, een Freedom now reprise ? Tenminste liggen daar de aanknopings-punten. Toen waren de mensen politiek in beweging. Uit noodzaak. Uit diepe overtuiging. Nu is iedereen in beweging Maar waarvoor, waarheen ? Na deze stevige portie kreeg ik alleen nog staartjes te zien en te horen. De herrezen balkan-diva Ljiljana Buttler die met haar troostende diepe altstem je van de ene treurnis naar de andere voert. Het zou mooi zijn als deze zang niet in zo'n eendimensionaal elektronisch klanktapijt gedompeld zou zijn. En dan nog een staartje en een neusje uit de piano-room (je kunt beter zeggen de bakoven van het festival). Na Esbjorn Svensson hebben we nu met The Bad Plus een opgevoerd pianotrio nieuwe stijl, het pianotrio als rockband. Ook zij krijgen het publiek enthousiast. Het werkt als een zoom, alles wordt een beetje uitvergroot en het ritme wordt dwingender gemaakt. Geen nieuwe nuziek maar er valt wel iets aan te genieten. Opmerkelijk dat diegenen die zelf in andere formaties rockmuziek, funk of drum 'n' bass spelen zoals frummer Ben Perovsky en pianist Uri Caine in de trio-context weinig neiging tot dit zoom-effecten vertonen. Wat niet wil zeggen dat ze in oude schoenen rondlopen, integendeel. DE ZONDAG DE ZONDAG DE ZONDAG DE ZONDAG DE ZONDAG DE ZONDAG DE ZONDAG DE ZONDAG Het eerste concert dat op mijn programma stond, moest ik helaas missen. Zaterdag was ik met openbaar vervoer gegaan. Zondag kostte het me 2 1/2 uur om van Amsterdam naar het festivalterrein in Den Haag te komen. Laat ik niet uitwijden over Den Haag en verkeer en meteen in de muziek duiken die ik na aankomst te horen kreeg: gitarist Bill Frisell met zangeres/violiste Petra Haden. Ik had net hun eerste cd gehoord die bij mij vragen opriep. Wat zich tussen Moon River en John Hardy Was A Desparate Little Man afspeelde overtuigde mij (en ik wilde overtuigd worden). Alsof zij ze thuis aan haar kinderen voorzingt of haar leeftijdsgenoten - voor hun zijn die liedjes natuurlijk volkomen nieuw - zo zingt deze jonge vrouw deze bekende liedjes. Ze doet dat heel puur, het worden weer liedjes die mensen zingen. Dat heeft ze blijkbaar in het muzikale nest waaruit ze stamt op een natuurlijke wijze meegekregen. Ook al roept het bij vlagen het beeld van een naiëf Marieken op blote voeten op, zij is het niet. In haar voordracht zit een een heleboel verborgen raffinesse. Ook het eenvoudig houden zonder in simplicisme te vervallen is een hele kunst. Het is maar goed ook dat ze die raffinesse heeft want als zangeres van deze leeftijd wordt je tegenwoordig snel een image aangemeten. Bill Frisell heeft inmiddels een punt bereikt dat hij uit een groot arsenaal aan klankmogelijkheden van de elektrische gitaar feilloos kiest wat de song het effectiefst, fraaist en meest authentiek weergeeft. Hoe meer de song zingt hoe meer je Frisell's gezicht ziet stralen.