The Music In My Head
Den Haag - Theater aan het Spui
11 en 12 juni 2004
Begonnen in 2002 als driedaags festival, is The Music In My Head inmiddels teruggebracht tot twee dagen. Uit de programmafolder valt op te maken dat een en ander samenhangt met terugtredende subsidiegevers en sponsors. "Een festival zoals The Music In My Head organiseren is, zeker in deze tijd, geen gemakkelijke opgave", schrijven Louis Behre en Cees Debets die gezamenlijk de festivalleiding vormen. Tot overmaat van ramp, maar tot opluchting van de anti-rooklobby, valt ook de "onontbeerlijke steun" van sponsor Javaanse Jongens Eetcafé na de editie van 2004 weg. Toch beloven Debets en Behre te proberen TMIMH ook de komende jaren in Den Haag te laten plaatsvinden. De festivalleiding verdient daarbij in ieder geval volop steun van de gemeente, want die kan, zeker gezien het nakende vertrek van North Sea Jazz naar Rotterdam, met dit evenement goede sier maken. TMIMH, zo kan na drie afleveringen wel worden vastgesteld, is immers een fraai visitekaartje voor het vaak als suf en saai omschreven Haagse culturele leven. Dat imago is in dit geval een verademing, want wil in een stad als Amsterdam nog weleens 'fout' publiek op een dergelijk festival afkomen met een opgefokte sfeer als gevolg, in het Theater aan het Spui gaat het er vooral vriendelijk en gemoedelijk aan toe en staat de muziek centraal.
Vrijdag 11 juniRond acht uur vrijdagavond trappen in de grootste zaal The Stands uit Liverpool af. "Met invloeden van The Beach Boys en The Byrds", meldt de presentatrice. "Oh nee! Dat zijn nou juist bands die ik haat", zegt een festivalmedewerker die de gang naar de backstageruimte en kleedkamers in de gaten houdt en met wie zomaar een boom over het belang van beide roemruchte bands kan worden opgezet. Niet dat er consensus ontstaat, maar goed, over smaak moet vooral getwist worden. Zo maken The Stands de vooruitgesnelde roem (lees: NME-hype) niet echt waar. Leuk bandje dat getuige de instrumentatie (inclusief mondharmonica) schatplichtig is aan jaren zestig-iconen als (inderdaad) The Byrds, The Beatles en Bob Dylan, maar live valt het viertal enigszins door de mand. Zo zit zanger/gitarist Howie Payne er soms pijnlijk naast. Elders in het gebouw giert de vuige grotestadsbluestrash van zZz, een duo uit Amsterdam dat slechts gebruik maakt van orgel en drums. De lichteffecten versterken het psychedelische karakter, maar na verloop van tijd slaat de eenvormigheid toe bij deze recente toevoeging aan de Excelsior-stal. Een stal waaruit TMIMH toch al graag put, want op eerdere afleveringen stonden onder meer Daryll-Ann, Alamo Race Track en Meindert Talma. Vanavond worden de kleuren verdedigd door Neerlands-Hoop-In-Bange-Dagen Gem dat ter elfder ure aan het programma is toegevoegd wegens het wegvallen van The Zutons in verband met een gebroken hand van de drummer. Met strakke gitaarrock lijkt het Utrechtse vijftal vooral indruk te willen maken op het aanwezige vrouwvolk en dat in het hol van de leeuw, Den Haag! Di-rect is bij deze gewaarschuwd. Adem Ilhan daarentegen is niet de muziek ingegaan voor de spreekwoordelijks seks, drugs en rock 'n' roll. Hier staat een gedreven muzikant die streeft naar perfectie. Sneu is dan ook dat zijn instrumenten en die van zijn drie begeleiders niet meegekomen zijn in het vliegtuig dat hen van Londen naar Schiphol heeft gebracht. Gelukkig zijn collega-muzikanten zo vriendelijk geweest spullen af te staan en arriveert op het laatste moment ook nog een deel van het bijzondere instrumentarium waarvan Adem gebruik maakt. Zodat zijn fragiele en introspectieve folkachtige songs kunnen worden opgeluisterd door onder meer Glockenspiel en harp. Hoeveel indruk hij maakt valt onder meer af te leiden uit de werkelijk muisstille zaal en wat innig met elkaar verstrengelde geliefden.. Even verderop vertelt Jim White voor een volgepakte zaal over zijn kleurrijke verleden toen hij onder meer een gewild fotomodel was en voor de camera's in ondergoed paradeerde. Maar zijn kinderen zullen hem nooit in zijn slip zien, zo heeft hij zich voorgenomen. Zijn liedjes, die met name verhalen over bizarre zaken in het religieuze zuiden van de VS, gaan er bij het toegestroomde publiek in als God's woord in een ouderling. De gasten op zijn laatste cd zoals Aimee Mann, Mary Gauthier en Joe Henry ontbreken helaas, maar White-volgelingen komen als herboren van het optreden vandaan. Op weg naar rijzende ster Ane Brun en haar trouwe partner, gitaar Morgan. Of misschien eerst munten halen voor een drankje, om onderweg gegrepen te worden door Sun Kil Moon, drie gitaren en twee violen die betoverende melancholische klanken voortbrengen als begeleiding voor de in galm gedrenkte stem van voorman Mark Kozelek, hiervoor vooral bekend van de Red House Painters. Sun Kil Moon maakt zo'n verpletterende indruk dat de nieuwsgierigheid naar drijfveren en dadendrang gewekt is. Een interview? Nou nee, want Kozelek oogt na het voortijdig beëindigde optreden emotioneel gebroken, is moe en heeft geen zin in oppervlakkige gesprekjes. Wel kan er een zweethandje van af nadat hij de complimenten voor het optreden in ontvangst heeft genomen.Wat moet-ie ook vertellen, heeft hij zojuist niet zijn hele ziel en onzaligheid naar buiten gebracht voor een select clubje toehoorders waaronder een paar storende kletskousen? Bovendien vliegt hij 's anderendaags terug naar San Francisco om een half jaar lang andere dingen te doen. Laat deze man niet populair worden, want anders zouden er weleens echt rare dingen kunnen gebeuren. Volle zalen bijvoorbeeld, zoals bij publieksfavoriet PJ Harvey die niet alleen werk van haar nieuwe album Uh Huh Her uitvoert maar tot vreugde van velen teruggrijpt op eerdere albums als Rid Of Me en haar onovertroffen meesterwerk To Bring You My Love. Polly Jean is een dag eerder al elders in het land te zien geweest, doch dat lijkt de aanwezigen niet te deren. Ella Guru daarentegen maakt in Den Haag zijn Nederlandse debuut en bedankt het handjevol aanwezigen dat ze niet bij PJ Harvey zijn."Maar we zijn zelf wel fans, hoor", zegt zangeres Kate Walsh die net als haar collega John Yates vooral charmant wil overkomen. De muziek van het achtkoppige Britse gezelschap, met instrumenten als steelgitaar, trompet en trombone, refereert nogal aan die van Lambchop, maar door het grappig-verlegen toontje dat het tweetal tussen de nummers aanslaat slaat de verveling snel toe. Een prima moment om Bauer, alweer een Excelsior-troef, nog even aan het werk te zien. Hoewel absoluut geen festivalact, vallen de intelligente popliedjes van het van uitgebreide begeleiding voorziene duo Dubbe/Van Hamel hier helemaal op hun plaats.
Zaterdag 12 juniZaterdag 12 juni stroomt de grootste festivalzaal langzaam vol voor het enige Nederlandse optreden van het herenigde Television, wegbereiders van de New Yorkse new wave en ook inspiratiebron voor bands van nu als The Strokes en Interpol. Zonder aankondiging begint het viertal het optreden waarin werk van het klassieke Marquee Moon, maar ook van het titelloze comebackalbum uit 1992. Voorman Tom Verlaine oogt nog altijd jeugdig hoewel bij de anderen de grijze lokken en terugtredende haargrenzen duidelijk zichtbaar zijn. Er wordt nauwelijks een woord gewisseld met het publiek en het vermoeden lijkt dan ook gerechtvaardigd dat Television nooit echt doorgebroken is wegens een gebrek aan communicatieve vaardigheden..Want dat het hen niet aan talent ontbrak, is ook anno 2004 nog overduidelijk. Singer/songwriter Marike Jager mag zich verheugen in de warme belangstelling van de kwaliteitsfestivals na haar overwinning bij de Grote Prijs van Nederland, maar de garagerock van The Duke Spirit uit Londen met de helblonde frontvrouwe Leila Moss zal het beste tot zijn recht komen in vervallen zaaltjes met een hoge bieromzet. Met zo'n blikvangster lijkt een PJ Harvey-achtige doorbraak zeker tot de mogelijkheden te behoren. Oordoppen in en in de gaten houden. Dat laatste lijkt ook het devies bij Nic Armstrong, hoewel dan van een iets andere orde. Want gezien zijn verleden van twaalf ambachten en dertien ongelukken zou een loopbaan in de muziek voor de singer/songwriter uit Newcastle, die vooral doet denken aan een jonge uitvoering van John Lennon (maar dan als straatmuzikant), op een mislukking uit kunnen lopen. Vanavond weet hij in al zijn Englishness slechts bij vlagen te overtuigen. En eigenlijk zou je ook liever gezellig aan de bar met hem willen staan met pint en al. Daarentegen voelt Roger McGuinn zich op het podium van een belendende zaal als een vis in het water. Het is inhaken en meezingen geblazen, bijvoorbeeld bij My Back Pages. De met hoed getooide voormalige Byrds-zanger/gitarist verhaalt tussen de bedrijven door nog eens van vroeger: over Easy Rider, over de Rolling Thunder Revue, over Joni, over Bob, over Joan, over een nieuwe door hemzelf ontworpen gitaar die de voordelen van de zessnarige gitaar met die van de twaalfsnarige combineert en over een nieuwe cd die via zijn website te koop is. Als McGuinn als een volleerd performer de aanwezigen oproept mee te klappen en daar vrijwel onmiddelijk gevolg aan wordt gegeven, is het tijd voor een zapmoment. In de foyer treedt namelijk voor het eerst buiten eigen land Dogs Die In Hot Cars op, een groep uit de veelgehypte muziekscene van Glasgow. En ja, de Franz Ferdinand-vergelijkingen zijn niet van de lucht, maar naast hoekige wavefunk zijn er ook popparels met prominente rollen voor toetsen en akoestische gitaar. Met name zanger/gitarist Craig MacIntosh betoont zich als een charismatisch frontman. Misschien wel de revelatie van dit festival. De muziek van OBI laat zich wat minder makkelijk definiëren, maar mede dankzij het feeëriek verlichte drumstel is de term 'sfeervol' zeker op zijn plaats. En er zijn jaren zeventig-invloeden door met name de inbreng van pianospel. In ieder geval is OBI zo Engels als applepie en custard. Even een intermezzo in de kleedkamer van Dogs Die In Hot Cars en dan nog even naar een andere publieksfavoriet, Sarah Bettens, die haar nieuwe solowerk met begeleidingsband ten gehore brengt voor een halfvolle zaal. Vooraan staan niettemin de trouwe fans die natuurlijk helemaal juichen bij de K's Choice-kraker Not An Addict. De critici zal ze er niet mee kunnen bekoren, maar haar aanhangers kunnen er weer even tegenaan. Het hier tamelijk onbekende maar vooral in Duitsland succesvolle Britse trio Belasco besluit het festival met gloedvolle, doch niet al te opvallende gitaarrock.
Conclusie: The Music In My Head is een prima festival waar voor de 'ware' muziekfan veel te halen en ontdekken valt. Hoe belangrijk een trekker als PJ Harvey is, blijkt uit het gegeven dat de vrijdag met zo'n 1200 bezoekers wél uitverkocht en de zaterdag net niet. Kritiek op het festival is misschien de armetierige catering met slechts broodjes kaas en kroket en de nadruk op muziek uit het Verenigd Koninkrijk, terwijl er toch ook in bijvoorbeeld Scandinavië, België of Frankrijk veel interessants gebeurt. Gelukkig beschikt de festivalleiding over een goede antenne voor aanstormend talent. Hopelijk is dat ook het geval wat betreft sponsors en subsidiënten en is er volgend jaar weer een editie.
Peter Bartlema