Mogwai: bewogen postrockers

8 augustus 2017

Veel Schotser dan Mogwai tref je ze niet. Het hart op de juiste plek, een houding van doe maar gewoon, en natuurlijk dat uit duizenden herkenbare accent. De postrockers uit Glasgow beleven een rustige zomer. Hun zware edoch dynamische rocksound doet het goed op festivals, maar dit jaar beperken ze de optredens tot een handjevol. Met net een nieuw album uit bereiden ze zich voor op een najaarstour.

In Nederland doen ze slechts één optreden, in TivoliVredenburg in Utrecht. “In Paradiso zijn we niet meer welkom sinds ze daar bij ons vorige optreden veel klachten kregen over het harde geluidsniveau”, grapt drummer Martin Bulloch als immer getooid met een basketbalpetje. “We houden nu eenmaal van hard”, bevestigt gitarist Stuart Brainwaite met een veelbetekenende glimlach om de lippen. Hij gaat, zoals ook vaker, gekleed in een tot het bovenste gaatje dichtgeknoopt werkmansjasje. Natuurlijk weet hij dat zulke geluidsniveaus niet goed zijn voor de oren. “Maar de meeste goede dingen van het leven zijn slecht voor de gezondheid.” “Kijk daar heb je de kop voor je artikel”, zinspeelt Bulloch.

De muziek van Mogwai is niet alleen hard. Hun goeddeels instrumentale rock kenmerkt zich door een grote afwisseling tussen hard en zacht – of ‘tussen hemel en hel’ zoals iemand het eens wat plastischer omschreef. Begin van de eeuw deed de term postrock opgeld om zulke uitgesponnen niet altijd in schema’s te vangen rock met zware bassen en synthesizers te categoriseren. “Wij hebben niet zo veel op met die term”, zegt Brainwaite, “maar eind jaren negentig had je ineens een aantal groepen die met dit soort muziek aan de weg timmerde, zoals Godspeed You! Black Emperor en Tortoise en dan ontstaat er kennelijk behoefte om er een etiket op te plakken.” “Wij maken deze muziek vanaf de dag dat we begonnen”, verklaart Bullock.

Dominic Aitchison (bas), Martin Bullock en Stuart Brainwaite (gitaar, zang) begonnen Mogwai in 1995, multi-instrumentalist Barry Burns sloot zich drie jaar later aan. Ze hebben een eigen studio, maar voor de opnamen van Every Country’s Sun togen ze afgelopen winter naar Amerika, naar de zeer landelijk gelegen studio van Dave Fridmann, die zo veel spraakmakende albums produceerde. Van Mercury Rev, de groep waarvan hij deel uitmaakte, tot The Flaming Lips, van Low tot Spoon. Martin Bulloch: “Dave is een geluidsmagiër en zijn studio staat vol met instrumenten die er om vragen bespeeld te worden. Niet dat we alles hebben gebruikt overigens, maar het voelt als een speeltuin. Het is bovendien heel inspirerend om op een plek te zijn waar zo veel prachtige albums zijn gemaakt. Er hangt een poster van de Flaming Lips waarop zanger Wayne Coyne een tekstballon heeft getekend met: I’m watching you.”<

Mogwai had al eerder met Fridmann samengewerkt. Hij produceerde de vroege albums Come On Die Young (1999) en Rock Action (2001). Stuart Brainwaite: “Het deed ons goed uit Schotland weg te zijn. De vier weken die we bij Dave doorbrachten voelden een beetje als vakantie. We waren danig gefrustreerd geraakt over het Schotse referendum waarin de onafhankelijkheid werd afgewezen en over de verkiezing van Donald Trump. Brexit stond nog te gebeuren. We hebben die frustratie van ons afgespeeld, zo heb ik het in ieder geval beleefd. Als een heel intense periode waarbij het maken van het album diende als een soort tegengif tegen al het fucking stupid dat gaande is in de wereld.”

Het volledige interview met Mogwai is te lezen in het nieuwe nummer van Heaven dat vrijdag aanstaande verschijnt. Zie voor de inhoud hiernaast. Zondag 22 oktober geeft de band hun enige concert in Nederland in TivoliVredenburg, Utrecht.