Nostalgie tiert welig op Pinkpop

13 juni 2016

Een muziekfeest is tegenwoordig een totaalervaring. Muziek legt het er vaak af tegen andere attracties. Dat is op Nederlands oudste popfestival Pinkpop in het Zuid-Limburgse Landgraaf niet anders. Het driedaagse festijn lijkt een sociaal laboratorium waarin de pluriforme tijdgeest als vanzelf boven komt borrelen. Er was het explosieve geweld van Rammstein, de freakshow van Major Lazer en het kinky optreden van Puscifer naast het feel good entertainment van Lionel Richie, de nederamericana van The Common Linnets en de bedwelmende ingetogenheid van Matt Simons. De verrassingen scholen in de verre uithoeken van Megaland, waar Gary Clark Jr. en St. Paul & The Broken Bones nieuw leven bliezen in de aloude blues en soul. En wat te denken van Parquet Courts, dat vlakbij de uitgang zijn onweerstaanbare indierock ten gehore mocht brengen? Er was trouwens meer dan alleen muziek: van een bar met glutenvrij bier tot een expositieruimte waar het Maastrichtse Bonnefantenmuseum de bezoekers kunststof gaf om over na te denken. Al rondlopend dacht je zo nu en dan: waar gaat dit toch naartoe?

Als nostalgie de culturele hooikoorts van onze tijd zou zijn, dan tierden ook deze pollen welig op Pinkpop. De Red Hot Chili Peppers stuiterden alle scepsis glorieus weg, maar Doe Maar bleek ronduit onverdraagbaar, tenminste voor wie gevoelig is voor dit soort jeuk. Een langdradige trip down memory lane die pijnlijk in herinnering bracht hoe passé teksten zijn over films met Doris Day op de tv, angstvisioenen over de atoombom en een lofzang op nederwiet. De landelijke pers beleefde het anders. Volgens De Telegraaf ‘knalde’ Doe Maar op Pinkpop, het AD op zijn beurt meende in het optreden van Nederlands bekendste popgroep van weleer ‘een revanche’ te ontwaren voor het echec in 1983 toen de tieneridolen door het ontevreden publiek met rot fruit werden bekogeld. Als dit de vergelding was van de rijpe zestigers op die vernederende ervaring van destijds, dan kwam deze zoete wraak toch vooral op het conto van het welwillende publiek, dat hoofdzakelijk bestond uit de ouder geworden fans van toen. Het blijft een mysterie waarom sommige artiesten en hun muziek moeiteloos decennia kunnen overbruggen en relevant blijven, terwijl anderen onverbiddelijk kopje onder gaan in het drassige moeras van de tijd.

Paul McCartney, de peperdure droomafsluiter van Pinkpop, is een schoolvoorbeeld van een artiest die boven alle kritiek verheven blijft. Als gewezen lid van The Beatles belichaamt hij immers het roemruchte verleden, heden en, getuige de betoonde schatplichtigheid aan diens oeuvre, zelfs de toekomst van de popmuziek. Sir Paul was bij vlagen slecht bij stem en ook pakte de repertoirekeuze niet altijd even goed uit voor een publiek dat zich wou laten trakteren op een geschiedenislesje Beatles en derhalve minder interesse kon opbrengen voor een nieuw liedje over zijn nieuwe vrouw en de pal daarop volgende tranentrekker die hij opdroeg aan zijn betreurde Linda. Ze passeeerden overigens allemaal de revue, de prominente doden uit zijn leven. Eerst een ode aan de eerder dit jaar overleden producer George Martin, meteen daarna Give Peace A Chance ter nagedachtenis aan de late great John Lennon en tot slot het op ukelele gespeelde Something als eerbetoon aan George Harrison. Het optreden van McCartney laat zich vergelijken met het bezoek aan een gotische kathedraal. Je loopt deemoedig naar binnen, vergaapt je aan de glas-in-lood ramen en de sacrale standbeelden, en loopt letterlijk naast of over dode heiligen en notabelen die in de muur of de vloer zijn ingemetseld. Alles in het besef dat je na deze bezichtiging een weliswaar waardevolle ervaring rijker bent, maar ook zwaar toe aan een profane versnapering op het terras.