Ramblin' Roots: een onweerstaanbare stoofpot

23 oktober 2016

Goede muziek, lekker eten, whiskey en de nodige lichaamsbeweging. De derde editie van Ramblin' Roots had het allemaal. Gisteren stond het Utrechtse muziekpaleis TivoliVredenburg van vier uur ’s middags tot na middernacht in het teken van soul, country, americana, blues en rootsrock. Ook dit jaar was er een afwisselende en verrassende programmering die een grote groep bezoekers aansprak, gezien de volle zalen gedurende het hele festival. Een programma met tweeëntwintig bands en solomuzikanten is veel, het was dan ook onmogelijk om alles te zien. Maar het had ook wel iets om steeds het gevoel te hebben dat er geweldige dingen gebeurden in de ruimtes waar jij nou nét niet was. Prettige onrust dus.

The Mulligan Brothers uit Alabama openden het festival met hun melodieuze rootsliedjes. Voor violiste Melody Duncan was het een van haar eerste optredens in Nederland. Ze verving Gram Rea die de band eerder dit jaar verliet omdat hij meer tijd met zijn gezin wilde doorbrengen. Duncan bleek een gouden vangst. Met haar heldere stem vulde ze zanger Ross Newell prachtig aan en haar vioolspel gaf een prettige lichtvoetigheid aan het geheel. In het vrolijke liedje Louise van het album Via Portland kwam alles samen wat The Mulligan Brothers zo goed maakt: mooie samenzang, fijne melodieën en kwaliteitsmuzikanten. Een veelbelovend, sterk begin.

Eindeloos veel trappen hoger speelde Freakwater uit Kentucky. Drie dames en een heer. Geen drums, alleen viool, banjo en gitaar. Ze klonken eenvoudiger maar ook opgewekter dan op hun laatste album Scheherazade dat een donker, bijna gothic country geluid heeft. Hun optreden opende met Keep On The Sunny Side van The Carter Family, een groep die hen zeer heeft beïnvloed. Dat was goed te horen in de samenzang van Janet Beveridge Bean en Catherine Irwin. Hier en daar wat knauwender en scherper van toon dan die van hun legendarische voorbeelden, zij het nog steeds aangenaam om naar te luisteren.

Een paar verdiepingen lager gaf Ian Siegal in zijn eentje een indrukwekkende show. Met enkel elektrische gitaar lukte het hem om elk nummer gevarieerd te laten klinken. Hij tokkelde met zijn vingers, stampte met zijn voeten en speelde met zijn stem waardoor er steeds weer verrassende wendingen waren en niets op elkaar leek. Er ontstond een opwindende mix van blues en rock ’n’ roll. Hier en daar klonk het lekker gruizig. De strak in het pak gestoken Britse muzikant was ontspannen en bovenal humoristisch. Hij omlijstte zijn nummers met grappige anekdotes. Alles bij elkaar zorgde dat voor een enthousiast publiek en zin in meer van deze geweldige bluesman.

Waarschijnlijk gaven de leden van Richmond Fontaine op Ramblin' Roots een van hun laatste concerten in Nederland ooit. Na hun bejubelde recente album You Can’t Go Back If There’s Nothing To Go Back To maakte de band uit Portland namelijk bekend te stoppen. Pure americana was het, met sterke verhalende teksten van zanger en liedjesschrijver Willy Vlautin. Het vakmanschap was duidelijk te horen, maar echt vlammen deed het helaas geen moment.

Vuur was er wel bij Lance Canales & The Flood. Dit trio uit Californië maakt opzwepende, stampende bluesy rootsmuziek. Hun album The Blessing And The Curve werd geproduceerd door Jimmy LaFave en ademt de rauwheid van het working class-bestaan, een leven dat Canales van dichtbij meemaakte in zijn jeugd. De band speelde gejaagd en fel, alsof hun leven er vanaf hing. Een meeslepend en energiek optreden.

Wat valt er te zeggen over zangeres en actrice Jelka van Houten? In elk geval dat ze vorig jaar met Hard Place For A Dreamer de mooiste Nederlandse americana-plaat maakte. En dat het zo jammer is dat ze zo weinig optreedt. Wat een geluk om haar dan op Ramblin' Roots te zien en te horen, begeleid door vijf muzikanten en zangeres Anna de Beus. Van Houten was ontwapenend en puur. Ze zong haar wonderschone liedjes ontdaan van alle poespas. Tussendoor vertelde ze openhartig haar verhalen, zich steeds verbazend over de volle zaal die toch echt voor haar kwam. Het optreden was enigszins chaotisch door problemen met het geluid, maar ach wat kon het schelen. Ze stond daar toch maar mooi en ontroerde op alle vlakken.

Gitarist en zanger Omara Moctar alias Bombino komt uit Niger en leek op het eerste gezicht een wat afwijkende artiest voor een rootsfestival. Zijn hypnotiserende, soms vervreemdende gitaarrock valt niet echt binnen een genre, maar bleek verrassend genoeg prima te passen tussen de op roots georiënteerde bands. Hoewel Bombino nauwelijks Engels sprak, nam hij het publiek voor zich in. Door zijn gebruik van bijzondere ritmes wist hij de zaal aan het dansen te krijgen. Een sterke, gedurfde keuze.

Ook sterk was Amanda Pearcy. Ze werd ondersteund door goede Nederlandse muzikanten en gaf een stevig, bluesy optreden. Met haar opvallende stem, die doet denken aan Lucinda Williams, zong de singer-songwriter uit Austin haar niet al te vrolijke, persoonlijke liedjes. Dat deed ze op overtuigende wijze.

De prijs voor de band met de meeste lol ging zonder twijfel naar Session Americana uit Boston. Ze brachten een aantrekkelijke mix van rock ’n’ roll, americana en folk. Dicht bij elkaar, rondom een klein tafeltje, zaten ze op het podium. Met snedige opmerkingen, droge grappen en heel veel speelplezier kregen ze het publiek los. Toen iemand hen bier bracht en ze het nummer Beer Town inzetten was het feest compleet.

De veelzijdige dag werd afgesloten door Slim Cessna’s Auto Club uit Colorado. Een band die al sinds 1992 bestaat en donkere gothabilly en altcountry maakt. In hun muziek zijn allerlei invloeden te horen: blues, gospel en zelfs wat punk. Zanger Slim Cessna is de voorman en hij maakte een spektakel van het optreden. Hij sprong het publiek in, liep de zaal door, greep mensen vast en liet zich optillen. Niemand vond het erg, sterker nog: het gaf het festival juist een lekker spannend einde.