|
1. Naam:
Paul van der Lecq
2. Geboortedatum:
13 april 1958
3. Algemene achtergrond:
Opgegroeid in Zoetermeer, een plaats die tussen mijn eerste en achttiende levensjaar uitgroeide van een calvinistisch boerendorp, omgeven door polders, tot een karakterloze slaapstad. Ik geloof dat het vooral de popmuziek was die me op twaalfjarige leeftijd deed beseffen dat de wereld meer te bieden had. Nederlands gestudeerd in Utrecht. Sinds een jaar of tien vertaal ik boeken uit het Engels/Amerikaans; vooral reisliteratuur.
4. Muzikale achtergrond:
In april 1970 kreeg ik een eigen radio’tje op mijn kamer. Daarmee begon mijn voorliefde voor popmuziek. Het was in dezelfde maand dat The Beatles uit elkaar gingen, en die frustratie is lang blijven hangen. (Zie ‘Go West Young Man’ in Heaven nr. 4, jaargang 2). Lennon en McCartney zijn altijd het ijkpunt gebleven, ook toen ik ontdekte dat zij bepaald niet de uitvinders waren van het genre.
5. Eerste single:
Spirit in the Sky van Norman Greenbaum. Later nooit meer iets van de goede man vernomen. Leuk B-kantje, trouwens.
6. Eerste plaat:
Déjà Vù van Crosby, Stills, Nash & Young. Dat was het soort ‘progressieve rockmuziek’ dat ik hoorde als ik ‘s avonds laat in bed naar de piratenzenders Veronica en Caroline luisterde, of ook wel naar de VPRO. De term ‘oude hippie’ was toen nog een contradictio in terminis.
7. Muzikale voorkeuren:
De laatste jaren hou ik vooral van ‘rootsmuziek’ in de ruimste zin van het woord: muziek waaraan je kunt horen waar die vandaan komt. In mijn geval is het vooral muziek uit de USA, omdat het de bakermat is van de blues en alles wat daaruit voortkwam, en een samenleving die me blijft boeien.
8. Muzikale afkeer van:
Britse bombastische jaren-tachtig pop waarin synthesizers de overhand hebben, variërend van The Pet Shop Boys tot The Simple Minds.
9. Favoriete plaat:
It’s too late to stop now van Van Morrison.
10. Favoriete artiest:
Dat wisselt nogal, maar de laatste tijd vooral Brian Wilson, omdat hij een aantal prachtige liedjes heeft geschreven en een van de meest oorspronkelijke figuren is in de popmuziek. Hij is altijd zijn eigen weg gegaan en al vanaf 1966 heeft zijn werk eigenlijk weinig meer te maken met de ontwikkelingen in de rockmuziek. In de Amerikaanse pers wordt hij tegenwoordig in één adem genoemd met andere klassieke songschrijvers uit de vorige eeuw, zoals Irving Berlin en Cole Porter.
11. Beste concert ooit:
Ry Cooder in muziekcentrum Vredenburg, begin 1981. Het was de tijd van Bop Till You Drop, en Cooder werd begeleid door een droomband, met onder andere John Hiatt op gitaar, Bobby King in het achtergrondkoortje (dat prachtige danspasjes maakte op de wijze van The Temptations) en een fantastische Jim Keltner op drums. Ik zat recht tegenover het podium en het geluid was loepzuiver. Sindsdien heb ik me meer dan eens geërgerd aan popconcerten die werden verpest door een vervelende nagalm. In een redelijke zaal is dat dus nergens voor nodig.
12. Luistert het liefst muziek:
Laat op de avond, als ik te moe ben om te lezen. Op zo’n onbewaakt moment kun je soms worden getroffen door iets wat je misschien al twintig keer eerder hoorde, zonder dat het je bijzonder opviel.
13. Geheime muzikale liefde:
De vroege hits van Neil Diamond, zoals Solitary Man en Cracklin’ Rose. Daarna ging het zo snel bergafwaarts dat ik zijn naam nog nauwelijks in gezelschap durf te noemen.
14. Zou graag:
meewerken aan de oprichting van een Nederlands radiostation dat het soort muziek draait waar in Heaven over geschreven wordt. Ach ja…
|