Neil Youg in de Ziggo Dome: tijdloze en oersterke rockmuziek

12 juli 2019

De ironie kan niemand ontgaan zijn die avond in de Ziggo Dome: de Old Man waarover Neil Young nog altijd zingt is hij inmiddels zelf. Als vierentwintigjarige blikte hij met het lied vooruit op een leven dat toen nog grotendeels geleefd moest worden. Inmiddels is Young 73 jaar oud en volgens zo’n beetje iedere gangbare definitie een bejaarde. Zijn vlassige grijzen haren wapperen onder zijn hoedje, zijn gezicht is oud en vlezig geworden en van zijn ranke postuur is weinig over. Vanonder zijn zware wenkbrauwen kijkt hij een goed gevulde Ziggo Dome in. Het publiek is grotendeels met hem mee verouderd. De hippies die met Heart of Gold als hun lijflied, gedreven door hooggestemde idealen en met grote verwachtingen het leven tegemoet traden, zijn oude, gepensioneerde mannen met bierbuiken geworden.

Neil Young heeft woensdagavond 10 juli even een aanloopje nodig. Nummers als Everybody Knows This is Nowere en Human Highway kabbelen nog enigszins kalm de zaal in en het publiek kijkt al keuvelend de kat uit de boom. Pas als hij de herkenbare eerste akkoorden van Heart of Gold inzet lijkt de zaal te ontwaken. Het tot dan toe alles overstemmende geklets van de aanwezigen verstomt en maakt plaats voor een luidkeels meezingen. Na Cortez the Killer is er geen houden meer aan en wordt duidelijk dat good old Uncle Neil in niets onderdoet voor de ontelbare bandjes die in zijn voetsporen zijn getreden. De nummers van Neil, zo leren we snel, zijn uiterst slijtvast en hebben geenszins aan kracht ingeboet. Op een golf van snerpende solo’s en rondzingende gitaren knallen platen als Hey Hey, My My (Into the Black) en Like a Hurricane de zaal in alsof ze gisteren zijn geschreven. 

De muzikale slagkracht wordt die avond op het podium versterkt door Lukas Nelson (inderdaad, de zoon van Willie) en zijn Promise of the Real. De band toont zich veelal volgzaam en dienstbaar aan Young, maar stuwt op gezette tijden de muziek rücksichtslos voort. Met Promise of the Real – waarmee hij onder andere de recente platen The Monsanto Years (2015), Earth (2016) en The Visitor (2017) opnam - heeft Neil Young een band achter zich die het niveau van Crazy Horse moeiteloos weet te evenaren, en het zelfs op momenten overstijgt. De niet-aflatende sturm und drang van deze jongelingen brengt een hernieuwde energie en levenskracht in oude vertrouwde nummers. 

De cynicus zal zeggen dat zijn stem bij tijden ontoereikend is en dat hij hier en daar een akkoord mist. Maar daar maalt die avond niemand om. Op het podium staat simpelweg een oersterke rockband met een keur aan nummers die staan als een huis. Young en zijn jonge kornuiten werken in de Ziggo Dome gestaag toe naar een weergaloze rockclimax. De apotheose schuilt in Rocking in a Free World, de eerste van een viertal toegiften. Young stampt op zijn welbekende houterige wijze op het podium, The Promise of the Real beukt op bijna gewelddadige wijze op hun instrumentarium en het publiek schreeuwt ieder woord van het refrein gretig mee. Neil Young mag dan wel ouder zijn geworden, op zijn muziek heeft de tijd vooralsnog geen vat.