Postuum: Pete Shelley (1955-2018)

7 december 2018

Al zo veel jaar zing je What Do I Get. Wat heb je uiteindelijk gekregen? Die vraag legde ik in 2012 voor aan Pete Shelley, zanger-gitarist van punkband Buzzcocks. Zijn reactie: “Ik wacht nog altijd.” Gisteren, 6 december, overleed Shelley in zijn huis in Estland aan de gevolgen van een hartaanval. Hij werd 63 jaar. Buzzcocks zal vooral worden herinnerd van het vroege werk uit de jaren 70. 

Pete McNeish, zoals zijn geboortenaam luidt, wordt 17 april 1955 geboren in Leigh. In 1975 ontmoet hij op school in Bolton bij Manchester zanger Howard Devoto (echte naam Traford) en de twee ontdekken hun gemeenschappelijke voorkeur voor de Velvet Underground, terwijl Devoto ook wel wat heeft met The Stooges. In 1976 lezen ze een recensie van Sex Pistols-optreden en gaan die band zien. Na twee shows besluit het tweetal een Manchester-variant van de Londonse Pistols te beginnen. In oktober 1976, inmiddels zijn ook drummer John Maher en bassist Steve Diggle tot de band toegetreden, komt de ep Spiral Scratch uit. Kort daarop verlaat Devoto de band om Magazine te beginnen. Shelley wordt zanger-gitarist en Diggle gaat gitaar spelen. Garth Smith wordt ingehuurd als bassist maar niet voor lang, want na de single Orgasm Adict neemt Steve Garvey zijn plaats in. Daarmee is de succesformatie geboren die eind jaren 70 in kort tijdsbestek drie geweldige albums uitbrengt, Another Music in A Different Kitchen, Love Bites en A Different Kind Of Tension. In 1981 is er gelazer met de platenmaatschappij en kapt Shelley ermee. Bij brengt snel solo de single Homosapien uit, maar valt daarna droog. 

Shelley en Diggle roepen Buzzcocks in 1989 weer bij elkaar en de band brengt sindsdien nog enkele albums uit die evenwel de magie van het eerste trio missen. Na enkele personeelswisselingen ontstaat met de komst van drummer Danny Farrant (2006) en bassist Chris Remmington (2008) een stabiele formatie waarmee jaar in jaar uit wordt getoerd en die op 14 december 2018 in het Arnhems LuxorLive zou spelen. 

In 2012 ben ik in Brixton Academy in London bij Back To Front, het project dat Buzzcocks twee keer opvoert, in de Apollo in thuishaven Manchester en punkhoofdstad London. Het affiche: drie line-ups spelen elk een set, te beginnen ‘Back’, het huidige viertal dat zich vooral richt op het recentere werk. Het is onderhoudend met sterke nummers, maar het publiek blijft afwachtend en dat lijkt sneu voor de twee jongste bandleden die tijdens ‘normale’ sets ook het eerdere werk spelen en dan wel een dampende zaal tegenover zich weten. De bezoekers veren massaal op als voor het tweede deel Shelley en Diggle gezelschap krijgen van drummer John Maher en bassist Steve Garvey en we de succesformatie zien die vanaf 1977 de wereld veroverde met nummers als Fast Cars, Sixteen Again, What Do I Get, Harmony In My Head, Orgasm Addict en natuurlijk Ever Fallen In Love (With Someone You Shouldn’t ‘ve Fallen In Love With). Het is feest in de zaal. Voor het toetje, de ‘Front’ line-up, verdwijnt Garvey, pakt Diggle de bas waarop hij bij de band debuteerde, doet Shelley een stapje opzij om de positie van frontman te gunnen aan Howard Devoto. Die samenstelling speelt de vier songs tellende ep Spiral Scratch: Breakdown, Time’s Up, Boredom en Friends Of Mine. De zaal is plat en gaat nog één keer uit zijn dak bij de toegift, I Can’t Control Myself van The Troggs, het nummer dat waarschijnlijk ooit als eerste werd ingestudeerd. Het is duidelijk te merken aan de zaal welke kant de balans doorslaat. Het nieuwere Buzzcocks-werk, daar hoor je niemand meer over.