Take Root op orkaankracht

4 november 2018

Good morning, grapte Texaan Garrett T. Capps toen hij samen met zijn band The Three Timers om vier uur ’s middags aftrapte in de foyer van de Oosterpoort in Groningen tijdens Take Root. Inderdaad geen tijdstip voor muziek die zich het best ’s avonds laat beluisteren in een honky-tonk met losse heupen en een flesje bier in de hand. De zanger uit San Antonio, die met zijn nieuwe album In The Shadows Again hoge ogen gooit in het americanacircuit, zette de sfeer van de avond meteen sterk neer. De foyer wérd een swingende ballroom.

Hoe kun je na zo’n brok energie, humor en opzwepende klanken nog naar huilebalk John Moreland en zijn ingetogen beleden gevoelsuitbarstingen? Dat kon alleen maar lukken als Moreland werkelijk alles uit de kast haalde om vanuit de euforische Garrett T. Capps de bezonkenheid die uit zijn liedjes spreekt te kunnen overbruggen. En warempel: dat gebeurde. Moreland stortte in de grote zaal zijn hart uit in liedjes die door merg en been gingen. Miserie, hartpijn en spijt vormen de vaste ingrediënten waarmee de zwaarlijvige zanger met gitaar en baseballpet uit Tulsa zijn liedjes doorspekt. Zelden is de schoonheid van zelfdestructie of de vrije val na een voorbije liefde mooier bezongen dan door Moreland met zijn prachtige rauwe stem die onfeilbaar de ziel in beroering brengt.

De hoogtepunten regen zich ook na Morelands optreden moeiteloos aaneen in een voor americanaliefhebbers schier onovertroffen line-up, waarbij niet alleen het rijkelijk aanwezige publiek op zijn wenken werd bediend, maar ook de artiesten zelf zichtbaar genoten van het festival dat hen opporde om in aanwezigheid van hun muzikale evenknieën het vuur te laten opflakkeren.

De foyer was wel the place to be voor het meeste vuurwerk. Up and comming, zoals Garret T. Capps en Mattiel, en gearriveerd als Alejandro Escovedo. Escovedo liet in zijn intense rock, die onmiskenbaar country en punk angehauchte elementen bevat, de foyer zinderen alsof hij op centerstage van Glastonbury stond. De zanger die door coryfeeën van het kaliber Bruce Springsteen hogelijk wordt gewaardeerd is  – sinds een ernstige ziekte die hem in de late jaren negentig velde en hem in 2003 bijna fataal werd – aan een tweede muzikale leven begonnen. En hoe! Het recente album The Crossing toont Escovedo op de toppen van zijn kunnen. Medewerking verleende de Italiaanse meestergitarist met wie hij ook tijdens Take Root het podium deelde ‘Don Antonio’ Gramentieri.  Soms bracht het optreden Los Lobos op hun beste momenten in herinnering. Als een speer ging de 67- jarige in Dallas wonende zanger door zijn veertien albums tellende oeuvre heen en bracht een klinkende ode aan de dode en levende geestverwanten, onder wie Chuck Prophet met wie hij veelvuldig samenwerkt. Een rocker van het zuiverste water die als een wervelwind afsloot met de Neil Youngs klassieker Like a Hurricane.

Bij de excentrieke Kurt Vile werd in de grote zaal uit een ander, meer experimenteel vaatje getapt. Met zijn typische, enigszins op Lou Reed gelijkende, stem en zijn slonzige langharige verschijning wist hij zijn publiek met veelal lang uitgesponnen solo’s en een soms vervreemdend klankpalet te boeien. Gitaarwerk voor gevorderden. Vile leek bijna in de muziek weg te willen duiken door de galm niet te laten wegsterven. Zijn werkgebied bestrijkt met zekerheid de meer intellectuele tak van het rootsspectrum.

Neko Case zette in de kleine zaal een welhaast perfecte show neer met fraaie dubbelzangpartijen en een uitgelezen band. Zo perfect dat het zelfs een beetje saai werd, voorspelbaar, routineus. Nee, dan maar weer even energie tanken bij de heren van American Aquarium uit North Carolina. Met hun sterke nieuweling Things Change op zak wist het vijftal onder aanvoering van BJ Barham een stevige rockshow neer te zetten, waarbij je soms een aangename knipoog naar John Mellencamp of Tom Petty bespeurde en waarin de flamboyante zanger soms ook een mooie ballade inzette, zoals One Day At A Time, om de show in evenwicht te houden.

TakeRoot laat de breedte van de Americana zien. Van uitgelaten wild tot donker en introspectief. Een breed palet met veel kleuren en wijde vertakkingen. Qua publiek zou er wel wat meer jonge aanwas mogen zijn en ook meer diversiteit. Aan de kwaliteit van de muziek ligt het niet noch aan de line-up en evenmin aan de kundige presentatoren van dit bijzondere festival. Deze muziek verdient gewoonweg meer airplay. Het aanbod is namelijk veel te mooi om niet massaler te worden ontdekt. TakeRoot laat zien dat rootsmuziek het in zich heeft om écht wortel te schieten en de niche eindelijk te ontgroeien.